Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Voorschoolse educatie

Onderdeel van Onderwijsachterstandenbeleid gemeente Heemskerk 2023-2026

In dit hoofdstuk worden de hoofdpunten bij de VE uitgewerkt. Het gaat om de doelgroepdefinitie, de indicering, toeleiding en bereik, aanbod en uitvoering, peuters met een zorgbehoefte en de overgang van voor- naar vroegschool. Doelgroepdefinitie Volgens de wet moet de gemeente samen met het onderwijs en de kinderopvang jaarlijks vaststellen welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie (WPO artikel 167 artikel 1). Dit wordt verwoord in een doelgroepdefinitie waarmee wordt bepaald welke kinderen in aanmerking komen voor een verrijkt (taal)aanbod. Aangepaste definitie De huidige doelgroepdefinitie wordt IJmond-breed aangepast, gezien de IJmondiale samenwerking en de plaatsing van de VE kinderen in de buurgemeentes. De nieuwe doelgroepdefinitie is: Een kind tussen de 2,5 en 4 jaar wordt als VVE-doelgroepkind aangemerkt indien het voldoet aan één of meer van de volgende criteria: Wanneer beide ouders/verzorgers of één van beide ouders/verzorgers laagopgeleid zijn/is. Onder laagopgeleid wordt verstaan: ouders zonder diploma of een diploma lager dan vmbo gl/t. Wanneer het kind een risico op een taalachterstand van het Nederlands heeft en VVE-aanbod passend is om dit risico te verkleinen. Dit beoordeelt de JGZ-professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een externe professional, bijvoorbeeld een pedagogisch medewerker. Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende omgevingsfactoren meegenomen: De sociale omgeving van het kind; De taal die de primaire opvoeder spreekt met het kind; Schuldenproblematiek. Wanneer het kind een geconstateerde ontwikkelingsachterstand heeft die een belemmering is voor de Nederlandse taalontwikkeling van het kind en VVE-aanbod passend aanbod zou kunnen zijn om de ontwikkelingsachterstand te verminderen. Dit beoordeelt de JGZ- professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een externe professional, bijvoorbeeld een pedagogisch medewerker. De doelgroepdefinitie wordt gemonitord en jaarlijks geëvalueerd met de gemeente, JGZ en de werkgroep voorschoolse educatie, toeleiding en bereik. Indicering Het CBS geeft aan dat 17% van de peuters een risico op onderwijsachterstand zou hebben. De indicering is door de bredere gemeentelijke doelgroepdefinitie met 38% in de praktijk duidelijk hoger. De indicering zou daarom ook niet geïntensiveerd hoeven worden. Toeleiding en bereik Bij de toeleiding en bereik signaleert de gemeente een aantal verbeterpunten. Zoals al beschreven, wordt van het aantal geïndiceerde VE-peuters bijna 56% daadwerkelijk geplaatst in de gemeente, ongeacht het aantal uren VE-aanbod. Met plaatsing in de buurtgemeentes is dit 58%. Er zitten nog een aantal kinderen in het aanmeldproces of staan op de wachtlijst. Er is dan een verschil van ruim 35% tussen indicering en plaatsing. Non-bereik Als peuters met een VE-indicatie uiteindelijk niet op een VE-plaats terecht komen, wordt dit in de Toeleidingsmonitor als “non-bereik” bijgehouden. Voor Heemskerk is dit dus ruim 35%. Afgezet tegen de vorige periodes is er een stijgende lijn te zien. Wat zijn de mogelijke oorzaken van het non-bereik? Zoekend naar oorzaken, worden onder andere de volgende punten genoemd: tussen de indicering vanaf de leeftijd van 11 maanden en de plaatsing op de leeftijd van 2,5 jaar kan ruim 1,5 jaar zitten; het aanvragen van de KinderOpvangToeslag (KOT); de wetswijziging waarin het aantal uur VE is verhoogd; de terughoudende opstelling van de ouders tijdens en direct na corona; het tekort aan VE-plaatsen vanwege wachtlijsten. Er is nog een extra oorzaak. Stichting Welschap Kinderopvang nam het besluit om vanwege personeelstekorten per 01-01-2022 een aantal VE-groepen als niet-VE-groep aan te wijzen. Geplaatste kinderen op deze nu niet-VE-groepen zijn in de monitor als non-bereik aangemerkt. Dit vertroebelt de score. De peuters krijgen een VE-aanbod, alleen voldoet dit aanbod niet aan de wettelijke eisen. De VE-aanbieders zetten volop in op werving en opleiding van de professionals, zodat op termijn weer op meer plekken VE kan worden aangeboden, mits er voldoende huisvestingsmogelijkheden zijn. Het is nog niet bekend waar het grootste non-bereik binnen Heemskerk zich bevindt. Met alle betrokken partijen zal er een analyse van het non-bereik per wijk worden gemaakt. Op basis daarvan kunnen gerichte acties ingezet worden. IJmond-breed plan De andere IJmondgemeentes kampen ook met een te hoog non-bereik. Om het non-bereik te verlagen, wordt in 2023 IJmond-breed een plan uitgewerkt. De focus ligt op: contact houden met de ouders tijdens het wachten op een VE-plaats; het uitbreiden van de VE plaatsen; een gerichte aanpak per wijk/gebied. Gerichte aanpak Voor de kernen waar het non-bereik het hoogste is, komt een gerichte aanpak op basis van een analyse. Die bestaat uit meerdere acties: Aangepast communicatiemateriaal, zoals meertalige folders, minder taal en meer beeld en het gebruik van een spraakfunctie; Persoonlijk contact, bijvoorbeeld door maatjescontact, de inzet van ambassadeurs, ouder- kind speelgroepen en huisbezoeken; Leesactiviteiten kunnen worden ingezet om de periode tussen indicering en plaatsing te overbruggen; Het versterken van samenwerking, afstemming en verbinding met secundaire toeleiders, ook met de voorzieningen voor kinderen van 0-2 jaar. Heemskerk heeft de ambitie om in deze OAB-periode het non-bereik te verlagen van 35% naar 20%. Wachtlijsten Ook de wachtlijst van de VE-plaatsen is een aandachtspunt. Alle IJmondgemeentes hebben hier mee te maken. Ook dit wordt IJmond-breed aangepakt. Er wordt in 2023 gewerkt aan een plan om ook daadwerkelijk meer VE-plaatsen te bieden in de gemeentes. Het gaat zowel om huisvesting als om de personele bezetting. Dit wordt belegd bij de werkgroep Voorschoolse educatie, toeleiding en bereik. Werkelijke afname Het laatste punt is het aantal kinderen dat 16 uur per week VE-aanbod volgt. Van de geïndiceerde VE-peuters neemt ruim 47% het VE-aanbod van 16 uur per week af. Dit wordt in de Toeleidingsmonitor opgenomen onder “bereik”. De resterende VE-peuters nemen minder uren af, omdat er te weinig VE-plaatsen zijn en/of de ouders geen 16 uur willen afnemen. Met de kinderopvangaanbieders in Heemskerk zal besproken worden hoe dit percentage verhoogd kan worden. Het doel was dat 70% van de geïndiceerde VVE-peuters tussen de 2,5-4 jaar 960 uur voorschoolse educatie ontvangt per 1 januari 2023. Dit doel is niet behaald. Met de kinderopvangaanbieders in Heemskerk zal besproken worden hoe het bereik in deze OAB-periode verhoogd kan worden van 47% naar 60%. Aanbod en uitvoering VE wordt aangeboden door kinderopvangorganisaties die voldoen aan de wettelijke eisen om VE aan te mogen bieden aan door de JGZ geïndiceerde VE doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 – 4 jaar. Het inhoudelijke aanbod en de uitvoering van de voorschoolse educatie zal niet worden gewijzigd op het gebied van startleeftijd, aantal uren en aantal dagdelen. Wat verandert er wel? Vanaf 2023 is het niet meer verplicht om gebruik te maken van een VVE programma uit de databank Effectieve Jeugdinterventies. Het mag natuurlijk wel. Dit komt door het verdwijnen van een aantal VVE-programma’s uit de databank en doordat dat het onderwijs vaak een andere methode kiest dan de kinderopvang. VE-aanbieders zijn wel gehouden aan de wettelijke verplichtingen. Daarin staat dat voor de voorschoolse educatie een programma (of aanbod) wordt gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De pedagogisch medewerkers moeten volgens de wettelijke eisen opgeleid zijn en blijven. De uitvoering moet voldoen aan de landelijke kwaliteitseisen, zoals het opleidingsplan, pedagogisch beleidsplan, de opleidingseisen voor professionals op een VE-groep en de beroepskracht/ kind-ratio. De toezichthouder ziet toe op een juiste uitvoering en kwaliteit hiervan. Peuters met een zorgbehoefte De VE-aanbieders geven aan dat er sinds corona bij de VE-groepen een grotere deelname van peuters met een zorgbehoefte is. Deze kinderen hebben wellicht een andere of aanvullende ondersteuningsbehoefte. Het is dan ook de vraag of VE de oplossing voor hun ondersteuningsvraag is. Er worden in de IJmondgemeentes verschillende pilots op dit gebied uitgevoerd, met als doel het onderzoeken van de ondersteuningsbehoeften en passende antwoorden hierop. De pilots zijn daarnaast bedoeld om te kijken naar de 50-50 verdeling van doelgroeppeuters en niet- doelgroeppeuters in de VE-groepen. De onderzoeksvraag is of er meer VE-peuters geplaatst kunnen worden in de groepen dan voorheen. In Heemskerk loopt een pilot waarin er tijdelijk locatie-assistenten en een extra professional worden ingezet op de groep. Deze pilot en de pilots in de andere gemeentes worden voortgezet in 2023. Naar aanleiding van de evaluaties wordt beoordeeld wat er IJmond-breed aan ondersteuning kan worden geboden vanuit het OAB en wat aanvullend vanuit Jeugd (passende kinderopvang). Overgang voor- naar vroegschool Voor een goede start op de basisschool is het belangrijk dat er een goede aansluiting is tussen de voorschoolse voorziening en het basisonderwijs. Dit gaat concreet om de overdracht, de zorg en de pedagogisch-didactische aanpak. Het stroomschema doorgaande lijn van de gemeente is in 2022 bij een aantal locaties ingevoerd, met positieve ervaringen. Het wordt in deze periode ook op de andere locaties doorgevoerd en geborgd. Versterken van de doorgaande lijn Naast de overdracht is het de ambitie om de doorgaande lijn tussen kinderopvang en school ook inhoudelijk te versterken. In de evaluatie werd opgemerkt dat het werken in een IKC/Kindcentrum de doorgaande lijn en de samenwerking bevordert, zoals het samenwerken aan thema’s. Het is helpend dat de gemeentelijke IKC-kaders, waarbij de schoolbesturen en de kinderopvang betrokken zijn geweest, zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Doorgaande lijn voorschoolse voorziening en basisschool De werkgroep om een kwaliteitskader voor de warme overdracht op te stellen is niet van start gegaan. Dit kwam door corona en door wisselingen binnen de kinderopvang en het onderwijs. De kwaliteitscriteria zouden samen worden opgesteld. Binnen de andere IJmondgemeentes speelt dezelfde vraag. Er wordt in 2023 een gemeenschappelijk kwaliteitskader VVE IJmond over de overgang tussen kinderopvang en basisschool uitgewerkt door de werkgroep Doorgaande lijn – voorschoolse voorziening en basisschool. Hierin wordt meegenomen wat er aan netwerken op elkaar kan worden aangesloten en verbonden. Ook wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn voor de doorgaande lijn in zorg binnen de IJmondgemeentes.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel