Naar hoofdinhoud
1. . Onverminderd het bepaalde in artikel 4 en/of 5 wordt voor het begraven geheven: a voor het stoffelijk overschot van een persoon, geborgen in een kist of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 1,20 meter te boven gaat € 1.409,35 b voor het stoffelijk overschot van een persoon geborgen in een kist of ander omhulsel groter dan 0,60 meter doch niet groter dan 1,20 meter € 867,75 c voor het stoffelijk overschot van een kind beneden het jaar of levenloos geboren, geborgen in een kistje of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 0,60 meter niet te boven gaat € 598,15 d voor het begraven van een urn € 272,40 e voor een urn/bijzetting stoffelijk overschot in bovengrondsgraf € 272,40 f voor het bijzetten van een urn op een grafruimte € 69,45 g voor het bijzetten van een urn of één of meer asbussen (voor zover gelijktijdig aangeboden) in het columbarium € 69,45 h het tarief in onderdeel g wordt vermeerderd met indien de bijzetting in het columbarium op zaterdag plaatsvindt € 200,65 Voor het begraven op zaterdag wordt boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van: € 1.262,95 3. . In afwijking van het bepaalde onder 2 wordt voor het begraven op zaterdag van een urn boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van: € 466,95

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel