Onverminderd hetgeen in deze verordening en in de ‘Beheersverordening begraafplaatsen 2023’ is bepaald, wordt voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden, geheven voor een:
a
- particulier graf I
samengesteld keuzegraf (reservering)
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 3.842,70
b
- particulier graf II
samengesteld graf
(uitgifte voor 10 jaar)
€ 2.074,65
c
- particulier graf II
samengesteld graf
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 3.610,20
d
- particulier urnengraf
(uitgifte voor 10 jaar)
€ 686,50
e
- particulier urnengraf
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 1.116,00
f
- particulier kindergraf
(uitgifte voor 10 jaar)
€ 1.098,55
g
- particulier kindergraf
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 1.213,20
h
- gedenkplaats
(uitgifte voor 5 jaar)
€ 502,45
i
- urnennis
in urnenzuil (exclusief dekplaat)
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 837,70
j
- urnennis
in urnenzuil (exclusief dekplaat)
(uitgifte voor 10 jaar)
€ 502,45
k
- urnennis
in urnentuin (inclusief dekplaat)
(uitgifte voor 20 jaar)
€ 1.284,00
l
- urnennis
in urnentuin (inclusief dekplaat)
(uitgifte voor 10 jaar)
€ 948,55
m
Voor een grafkelder worden de op grond van dit artikel verschuldigde bedragen verhoogd met de kosten die door derden ter zake in rekening worden gebracht.
Deze kosten worden bepaald aan de hand van een voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde opgave van externe kosten, blijkende uit een begroting die door of vanwege het college is opgesteld.
Artikel 4
Grafruimten/particuliere graven
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rechten wegens het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 2026