Bouwactiviteiten
Een vergunning voor de activiteit bouwen verlenen wij alleen als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. De gemeente toetst iedere aanvraag voor de activiteit bouwen aan alle relevante wet- en regelgeving. Aanvragen voor vergunningplichtige bouwwerken toetsen we aan de volgende onderdelen en beoordelingsregels:
het (tijdelijk) omgevingsplan;
de omgevingskwaliteit/Welstandsnota;
het Besluit bouwwerken leefomgeving;
de zorgplicht voor de omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora en fauna-activiteit.
Omgevingsplan
In het omgevingsplan vertaalt de gemeenteraad ruimtelijke beleidskeuzes naar praktisch toepasbare regels. Voldoet een (bouw)plan niet aan het omgevingsplan dan attenderen wij de aanvrager er op dat ook nog een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit nodig is.
Omgevingskwaliteit/Welstandsnota
Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven de huidige welstandsregels van toepassing. In het nieuwe deel van het omgevingsplan, naar verwachting in 2026, maken wij opnieuw een afweging welke regels wenselijk zijn.
Als een bouwplan voldoet aan de regels van het omgevingsplan, of het is duidelijk dat we hiervoor een vergunning kunnen verlenen, toetsen wij het plan aan de redelijke eisen van welstand. Dit betekent dat het bouwplan moet voldoen aan de eisen uit de Welstandsnota. Wij mogen afwijken van een welstandsadvies, maar dit moeten wij zorgvuldig en terughoudend doen. Het jaarverslag van de Adviescommissie omgevingskwaliteit beschrijft hoe de gemeente het toezicht op de welstand heeft uitgevoerd.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
In het Bbl staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Op dit moment toetsen we alle aanvragen aan het Bbl.
Zorgplicht voor de omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora en fauna-activiteit
Per activiteit beoordelen wij of er sprake is van nadelige gevolgen voor de natuur. Uit proefberekeningen is gebleken dat er bij eenvoudige omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten ten oosten van de Rijksstraatweg en ten zuiden van de Marquettelaan geen stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied te verwachten valt. Dit geldt ook voor de activiteit kappen van een boom en/of activiteit maken van een in-/uitrit of de activiteit voeren van handelsreclame. Op basis van de locatie van een ontwikkeling bepalen wij of een proefberekening noodzakelijk is.
Omgevingsplanactiviteit (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Als wij een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen verlenen, dan bekijken wij ook of er strijd is met het omgevingsplan.
Voldoet de activiteit aan de regels van het omgevingsplan, dan spreken we van een omgevingsplanactiviteit (OPA). Hiervoor kan een vergunning nodig zijn. In het (tijdelijke) omgevingsplan staan regels voor deze activiteiten. Denk hierbij aan het vellen van een houtopstand, of het plaatsen van reclame.
Voldoet de activiteit niet aan de regels van het omgevingsplan, dan spreken we van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor is een vergunning nodig. Onderdeel van de beoordeling is een ruimtelijke onderbouwing waarin beschreven staat waarom de ontwikkeling past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad het recht om te adviseren over een aanvraag voor een BOPA. Dit ‘verzwaard adviesrecht’ geldt alleen in gevallen die de raad zelf belangrijk vindt (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Op 29 september 2022 heeft de gemeenteraad van Heemskerk bepaald in welke situaties zij zo’n verzwaard adviesrecht wil hebben. Als een inwoner een vergunning aanvraagt voor een BOPA en het is een van de situaties die de raad heeft aangemerkt, dan vragen we de raad om advies. Dit advies is dan bindend voor de beslissing die het college van burgemeester en wethouders neemt.
Sloopactiviteiten
Sloopactiviteiten vinden voornamelijk plaats bij verbouwing, uitbreiding of volledige sloop van objecten. Om te beoordelen of een inwoner veilig sloopt, de bodem niet vervuild en sloopafval goed afvoert, geldt er in bepaalde gevallen een meldingsplicht. Deze meldingen handelt ODIJ af.
Vellen van houtopstanden/kappen van bomen
Als iemand in Heemskerk een boom wil kappen (vellen van een houtopstand) die op de ‘groene kaart’ van de gemeente staat, is daarvoor een omgevingsvergunning nodig. Dit volgt nu uit artikel 4:11 van de Apv. Het gaat dan niet alleen om kappen, maar bijvoorbeeld ook om rooien, verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel. Bij het beoordelen van de vergunningaanvraag wordt advies gevraagd aan een interne of externe groendeskundige.
Volgens artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit moeten “regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen”, in het omgevingsplan worden opgenomen. Die regels kunnen dan dus niet meer worden opgenomen in een lokale verordening als de Apv. Voor het einde van de overgangstermijn moeten gemeenten zulke regels verplaatsen van lokale verordeningen naar het omgevingsplan. Artikel 4:11 van de Apv over het vellen van houtopstanden is zo’n regel die na de overgangstermijn geen deel meer uitmaakt van de Apv maar van het omgevingsplan. Voor het vellen van een houtopstand is dan een vergunning voor een OPA nodig.
Maken van een uitweg
Als iemand in Heemskerk een uitweg wil maken of veranderen over publieke grond, is daarvoor een omgevingsvergunning nodig. Dit volgt nu uit artikel 2:12 van de Apv. Ook voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg is een omgevingsvergunning nodig. Dit volgt nu uit artikel 2:11 van de Apv. Zowel artikel 2:11 als 2:12 van de Apv zijn regels die na de overgangstermijn geen deel meer uitmaken van de Apv maar van het omgevingsplan. Hiervoor is dan een vergunning voor een OPA nodig.
Monumenten
De vergunningplicht voor (het wijzigen van) monumenten vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat inwoners onomkeerbare schade toebrengen aan erfgoed. Daarom is de toetsing van activiteiten aan een monument altijd maatwerk. De gemeente streeft ernaar in overleg met de initiatiefnemers eerst met een conceptoverleg zorgvuldig de situatie te beoordelen en de meest adequate oplossing te zoeken. In Heemskerk zijn er 66 monumenten. 45 gemeentelijke monumenten en 21 rijks- en provinciale monumenten. De Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit is de gemeentelijke adviseur voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.
Brandveilig gebruik
De gebruiksvergunning voor het brandveilig gebruiken van een bouwwerk is met de invoering van de Omgevingswet niet meer nodig. Voor een aantal specifieke gevallen blijft alleen nog de meldplicht bestaan. Een vergunningverlener toetst de meldingen brandveilig gebruik bouwwerken en vraagt advies aan Veiligheidsregio Kennemerland. In sommige gevallen is een maatwerkvoorschrift nodig.
Reclame
Als iemand in Heemskerk openbaar zichtbaar handelsreclame wil maken, is daarvoor een omgevingsvergunning nodig. Dit volgt nu uit artikel 4:15 van de Apv. Het oogmerk van deze bepaling en de aard van de handeling sluiten aan bij het omgevingsplan. Bovendien heeft de bepaling, mede gezien de bepalingen in de bruidsschat, een duidelijke samenhang met het doel en stelsel van de Omgevingswet. Daarom adviseert de VNG om deze bepaling een plaats te geven in het nieuwe omgevingsplan. De bepaling kan tijdens de overgangstermijn worden verplaatst van de Apv naar het omgevingsplan. Dit is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd door de VNG. Er is dan een vergunning nodig voor een OPA.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor het maken van handelsreclame, vragen wij intern advies aan ruimtelijke ordening en stedenbouw. Ook toetsen wij de aanvraag aan de Welstandsnota.
Alcoholwet
Volgens de Alcoholwet is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Het gaat dan om het bedrijfsmatig schenken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse (horecabedrijf) of het bedrijfsmatig verkopen van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse (slijtersbedrijf). De Alcoholregeling geeft modellen waaraan een aanvraag om een alcoholvergunning moet voldoen. Dit hebben wij verwerkt in digitale aanvraagformulieren op de website. Hierin vragen wij alle informatie die nodig is voor de beoordeling op grond van de Alcoholwet en de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Ook kijken we of er nog andere vergunningen of ontheffingen nodig zijn. Zoals een vergunning op basis van de Wet op de kansspelen.
De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de aanvrager de vergunning misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Bij een aanvraag voor een commerciële alcoholvergunning voeren wij altijd een Bibob-toets uit. Hiervoor is de “Beleidsregel Wet Bibob” en het “Uitvoeringsplan Bibob” vastgesteld. Op deze manier werken alle vergunningverleners op dezelfde wijze. Dit komt de uniformiteit ten goede.
Wet kinderopvang
De Wet kinderopvang zorgt voor tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang. Een opvangvoorziening als een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang moet voldoen aan alle eisen die de Wet kinderopvang stelt. Zo niet, dan worden zij niet geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en hebben de vraagouders geen recht op kinderopvangtoeslag.
Wil iemand een kinderopvangvoorziening starten, dan moet een aanvraag worden ingediend bij het college. Ook als de opvangvoorziening wijzigt, moet een aanvraag worden ingediend bij het college. Hiervoor gelden landelijke formulieren die door de Rijksoverheid zijn vastgesteld. De gemeente beoordeelt of de aanvraag compleet is. De GGD beoordeelt op locatie of de opvangvoorziening redelijkerwijs voldoet of zal voldoen aan de regels die volgen uit de Wet kinderopvang. Daarna neemt de gemeente een besluit over de aanvraag. Bij het beoordelen van de aanvraag hanteren de gemeente en GGD de werkwijze ‘Streng aan de Poort’. Dit houdt een intensief onderzoek in waarbij de aanvrager moet laten zien dat hij/zij vanaf het moment van registratie in het LRK verantwoorde kinderopvang kan bieden doordat hij/zij voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving.
Milieubelastende activiteit
ODIJ behandelt alle milieubelastende activiteiten. Zij hebben hun vergunningenstrategie apart beschreven. Momenteel geldt als vergunningenstrategie het “Beleidskader VTH-milieu 2023-2026” en “VTH-strategie milieu 2023-2026” van de ODIJ.