Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 19.

Jongerentoeslag bij verblijf in inrichting

Onderdeel van Beleidsregels algemene bijstand, bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Heemskerk 2026

De bijzondere bijstand voor noodzakelijke bestaanskosten voor jongeren van 18 tot 21 jaar, die in een inrichting verblijven, kan onder onderstaande voorwaarden worden toegekend conform artikel 23 van de Wet: De aanvrager kan voor deze kosten geen beroep doen op de ouders omdat: de middelen van de ouder(s) niet toereikend zijn, óf de aanvrager redelijkerwijs het onderhoudsrecht tegenover zijn ouder(s) niet ten gelde kan maken. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de individuele noodzakelijke kosten van het bestaan, waarbij: uitsluitend rekening wordt gehouden met de kosten van levensonderhoud waarvoor de inrichting niet reeds voorziet; rekening wordt gehouden met de financiële draagkracht en eventuele bijdrage van de ouder(s) en andere middelen van de jongere; in beginsel niet méér bijzondere bijstand wordt verstrekt dan de toepasselijke norm bij verblijf in een inrichting als bedoeld in artikel 23 van de wet. Van onderdeel c kan in uitzonderlijke individuele gevallen worden afgeweken indien daartoe op grond van de omstandigheden van de jongere aanleiding bestaat

Rechtspraak bij dit artikel