**11.1.** Medische kosten
De voorliggende voorzieningen zijn de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Kosten die onder deze regelingen vallen, maar waarvoor geen (volledige) vergoeding wordt gegeven, komen in beginsel niet voor bijzondere bijstand in aanmerking;
De inwoner wordt geacht, naast de basisverzekering, een aanvullende zorgverzekering af te sluiten voor medische kosten. De inwoner kan hierbij gebruik maken van de Collectieve Zorgverzekering Minima (de gemeentepolis);
In afwijking van artikel 11.1 onder a kan bijzondere bijstand worden verstrekt als er sprake is van dringende redenen. De dringende redenen worden individueel bepaald;
De bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de vergoedingen die op grond van de Collectieve Zorgverzekering Minima worden verstrekt, zoals bedoeld in artikel 17 van deze beleidsregels.
De inwoner krijgt geen bijzondere bijstand voor het verplichte eigen risico van de ziektekostenverzekering;
Een inwoner kan deelnemen aan de Collectieve Zorgverzekering Minima, waardoor hij/zij via de bijzondere bijstand een tegemoetkoming in de premie krijgt;
Kosten voor tandheelkunde worden in beginsel niet vergoed, de zorgverzekering is een voorliggende voorziening die gezien wordt als toereikend.
**11.2.** Brillen en contactlenzen
Eenmaal per 3 kalenderjaren kan bijzondere bijstand voor de aanschafkosten van een bril, montuur en contactlenzen worden verstrekt;
Indien vervanging van de bril om medische redenen eerder noodzakelijk is dan de termijn die door de minimale aanvullende ziektekostenverzekering is voorgeschreven kan een uitzondering worden gemaakt op de termijn als genoemd in artikel 11.2 onder a. Een verklaring van de oogarts is noodzakelijk;
Vergoedingen van de ziektekostenverzekering worden op de vergoeding uit bijzondere bijstand in mindering gebracht;
Voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de bijlage vergoedingenlijst minimaregelingen en bijzondere bijstand. Er gelden maximale bedragen, zie bijlage.
**11.3.** Overbruggingslening acute noodsituatie
Het college kan in situaties waarin sprake is van een acute, kortdurende noodsituatie, zoals verlies of diefstal van geldmiddelen of plotseling wegvallen van inkomen terwijl (nog) geen recht op algemene bijstand bestaat, bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een geldlening.
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal € 100 per gezin en € 50 voor een alleenstaande per noodsituatie.
De terugbetalingstermijn en -wijze worden afgestemd op de draagkracht van belanghebbende.
**11.4.** Inrichtingskosten
Voor de verstrekking van de noodzakelijke complete inrichtingen gelden maximale richtbedragen. Voor de maximale bedragen bij een complete woninginrichting wordt verwezen naar de vergoedingenlijst minimaregelingen en bijzondere bijstand gemeente Heemskerk, in de bijlage.
De aanschaf van (duurzame) noodzakelijke gebruiksgoederen, zoals bijvoorbeeld een koelkast, een wasmachine, een tafel, komen in aanmerking voor bijzondere bijstand zoals in artikel 51 van de Wet als:
de kosten niet voorzienbaar zijn en er niet (of onvoldoende) is gereserveerd voor deze kosten
en
een geldlening (onder borgtocht) bij een commerciële bank of de Gemeentelijke Kredietbank niet mogelijk is.
De bijzondere bijstand voor noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen wordt verleend in de vorm van een geldlening, borgtocht of om niet.
Voor de verstrekking van gedeeltelijke woninginrichting gelden de richtlijnen zoals genoemd in de Nibud prijzengids.
Ter bevordering van energiezuinig witgoed wordt het normbedrag verhoogd tot een maximum van € 600,- voor een koelkast met vriesvak (tafelmodel) en voor een wasmachine en koel-vriescombinatie € 800,- per apparaat. Daarmee wordt de inwoner in staat gesteld om een energiezuinig apparaat aan te schaffen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.
Individuele verstrekkingen
Onderdeel van Beleidsregels algemene bijstand, bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Heemskerk 2026