**10.1.** Draagkracht
De draagkracht wordt telkens voor een periode van twaalf maanden vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn.
De draagkracht kan voor een kortere of langere periode vastgesteld worden, indien de periode waarop de kosten betrekking hebben daartoe aanleiding geeft.
De draagkracht wordt in beginsel in één keer met de bijzondere bijstand verrekend.
In afwijking van lid c wordt, in geval van periodieke bijzondere bijstand, de draagkracht verrekend naar rato van het aantal maanden van de periode waarop deze bijstand betrekking heeft.
Het college kan een vastgestelde draagkracht of draagkrachtperiode herzien indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
**10.2.** Het vermogen
Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Wet wordt geheel als draagkracht beschouwd.
Het vermogen in de eigen woning met bijbehorend erf als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel d van de Wet wordt niet in aanmerking genomen, voor zover tegeldemaking of (verdere) bezwaring hiervan in alle redelijkheid niet kan worden verlangd.
**10.3.** Het inkomen
Tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald, hebben de aanvragers draagkracht:
Als het (gezamenlijk) inkomen meer bedraagt dan 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag en/of
Met een vermogen boven de in artikel 34, lid 3 van de Wet genoemde vermogensgrens.
Bij de vaststelling van het inkomen wordt een verstrekte studietoeslag en individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten;
Als de alleenstaande, de alleenstaande ouder of één van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, laat het college bij de bepaling van de draagkracht een deel van alle pensioenuitkeringen buiten beschouwing. Hiervoor hanteert het college de maximumbedragen als genoemd in artikel 33, lid 5, van de Participatiewet, ongeacht of de uitkering afkomstig is uit een particuliere oudedagsvoorziening of een andere vorm van pensioen;
Bij de bepaling van de draagkracht wordt uitgegaan van de bijstandsnorm zonder rekening te houden met eventuele kostendelers;
Voor de berekening van de draagkracht wordt het deel van het netto inkomen dat hoger ligt dan 110% van de geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, aangemerkt als draagkracht. Dit deel wordt in mindering gebracht op de verstrekking, overeenkomstig de percentages zoals opgenomen in tabel 10.4.
**10.4.** Draagkrachtpercentages:
Hoogte van het inkomen
Draagkracht
tot 110% van de geldende bijstandsnorm
geen draagkracht
tussen de 110% en de 150% van de geldende bijstandsnorm
25% van het meerdere inkomen
meer dan 150% van de geldende bijstandsnorm
50% van het meerdere inkomen
Bij de vaststelling van het inkomen wordt bij een variabel inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen van de aanvrager(s) gedurende drie maanden voorafgaande aan de aanvraag, tenzij dit geen juist inzicht geeft.
Bij de vaststelling van het inkomen wordt bij een vast inkomen uitgegaan van het inkomen van de aanvrager(s) gedurende 1 maand voorafgaande aan de aanvraag, tenzij dit geen juist inzicht geeft.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10
Draagkracht en draagkrachtperiode
Onderdeel van Beleidsregels algemene bijstand, bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Heemskerk 2026