Naar hoofdinhoud
1.. Een eenmalige of periodieke gift (schenking), in geld of in natura, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, Participatiewet, wordt tot het in dat onderdeel genoemde bedrag per kalenderjaar niet tot de middelen gerekend. 2.. Lid 1 van dit artikel geldt per uitkering. Een echtpaar heeft een vrijlating tot het onder artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag per jaar, niet per persoon. 3.. Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan het onder artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag aan giften heeft ontvangen, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende jaar. 4.. Het bedrag zoals genoemd in artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet geldt ongeacht of belanghebbende het hele jaar of maar een deel van het jaar een uitkering ontvangt. 5.. Een gift of giften die het vrij te laten bedrag zoals bepaald in lid 1 overstijgen, worden tot de middelen van de belanghebbende gerekend. 6.. Zolang het totaalbedrag aan giften in een kalenderjaar onder artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag blijft, hoeft belanghebbende de giften niet bij het college te melden. 7.. Zodra het totaalbedrag in een kalenderjaar meer bedraagt dan het onder artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag geldt onverkort de inlichtingenplicht van artikel 17 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel