Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2.

Artikel 6.2.3

Afwegingskader voor het stallen van scootmobielen en elektrisch aangedreven vervoersmiddelen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heemskerk 2026

1.. Juridisch kader Het stallen van scootmobielen en elektrisch aangedreven vervoersmiddelen in wooncomplexen en openbare ruimte is onderhevig aan de volgende regelgeving: Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), artikel 6.4 en 6.15a: Scootmobielen mogen niet worden gestald in vluchtroutes of gemeenschappelijke ruimten die onderdeel zijn van de vluchtroute. Gemeenten hebben een zorgplicht om brandveilig gebruik van bouwwerken te waarborgen. Wmo-verordening, artikel 16, lid 6: Bij toekenning van een scootmobiel als maatwerkvoorziening moet ook worden beoordeeld of een veilige stallingsmogelijkheid aanwezig of realiseerbaar is. Omgevingswet, artikel 5.8: Voor stallingen in de buitenruimte kan een omgevingsvergunning vereist zijn. 2.. Stappenplan voor stallingsmogelijkheden Bij het beoordelen van een aanvraag of verzoek tot stalling van een scootmobiel hanteert de gemeente de volgende volgorde van voorkeur: Stap 1: Stalling achter de voordeur De gemeente beoordeelt of de scootmobiel inpandig geplaatst kan worden, bijvoorbeeld in de hal, bijkeuken of logeerkamer. Dit is de meest veilige optie en voorkomt gebruik van gemeenschappelijke ruimten. Stap 2: Stalling in schuur of garage Indien inpandige stalling niet mogelijk is, wordt gekeken naar de beschikbaarheid van een privéberging, schuur of garage. De ruimte moet voldoen aan de eisen voor brandveiligheid en toegankelijkheid. Stap 3: Stalling in de buitenruimte (Scootsafe) Als ook een privéberging, schuur of garage geen optie is, onderzoekt de gemeente de mogelijkheid tot plaatsing van een scootsafe in de buitenruimte. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: Ruimtelijke inpassing: de scootsafe mag geen obstakel vormen voor voetgangers of hulpdiensten. Brandveiligheid: de scootsafe moet voldoen aan de eisen van het BBL, zoals brandwerendheid en veilige laadvoorzieningen. Vergunningplicht: plaatsing in de openbare ruimte vereist een omgevingsvergunning. Locatiehiërarchie: Eerst op eigen terrein van de aanvrager Dan verharde openbare ruimte of op parkeerplaatsen Als laatste optie: openbaar groen, mits landschappelijk ingepast. 3. . Afweging en maatwerk De gemeente maakt per situatie een belangenafweging tussen veiligheid, toegankelijkheid en redelijkheid. Indien geen stallingsmogelijkheid kan worden gerealiseerd, kan dit gevolgen hebben voor de verstrekking van de scootmobiel. Maatwerkoplossingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld via een aangepaste voorziening of alternatieve vervoersoplossing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel