**1..** Allereerst beoordeelt het college wat de mogelijkheden van de cliënt zijn ten aanzien van het lokaal vervoer en brengt de vervoersbehoefte in kaart.
**2..** Vervolgens gaat het college na wat de eigen mogelijkheden en de mogelijkheden van het sociaal netwerk zijn.
**3..** Het college gaat na of cliënt in staat is om door gebruik te maken van het openbaar vervoer om in zijn vervoersbehoefte te voorzien. Als de cliënt geen 800 meter zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, kan afleggen wordt er verondersteld dat het openbaar vervoer niet bereikt kan worden.
**4..** Het college beoordeelt alle algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen die beschikbaar zijn en of en in welke mate deze een oplossing bieden.
**5..** Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college, afhankelijk van de vervoersbehoefte, een maatwerkvoorziening bieden.
**6..** Aan de hand van de vervoersbehoefte zal het college beoordelen of het systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer voldoende compenserend is. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de cliënt.
Op jaarbasis wordt voor collectief vervoer een omvang van maximaal 1500 kilometer in de directe woon- en leefomgeving gehanteerd.
Binnen het collectief vervoer zijn specifieke indicaties te onderscheiden waardoor vervoer op maat kan worden geboden. Dit betreffen onder andere:
Solo-vervoer: wanneer iemand om medische redenen niet kan omrijden en snel op de plaats van bestemming moet zijn, of indien er sprake is van gedragsproblemen.
Voorin: extra indicatie voor reizigers die alleen met een personenauto kunnen worden vervoerd en niet achterin kunnen zitten. Reden is vaak het niet kunnen buigen van de benen.
Verplichte (medische) begeleiding: de reiziger mag niet zonder begeleiding mee op basis van medische of gedragsmatige noodzaak. In het geval dat er incidenteel een begeleider nodig is, is er geen verplichte indicatie. Voor mensen met een visuele beperking kan een uitzondering worden gemaakt.
Er kan altijd één persoon tegen betaling meereizen. De medereiziger betaalt hetzelfde reizigerstarief.
**7..** Afhankelijk van de vervoersbehoefte zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de (zeer) korte afstand, bijvoorbeeld:
Scootmobiel (open buitenwagen)
Driewielfiets
**8..** Een maatwerkvoorziening in de vorm van een vervoersvoorziening voor de (zeer) korte afstand kan door het college worden verstrekt in natura of in persoonsgeboden budget (pgb).
**9..** Bij het bepalen van de hoogte van het pgb zijn de kosten van de voorziening die de cliënt in natura zou ontvangen het uitgangspunt.
**10..** Het afwegingskader gericht op het verstrekken van voorzieningen met betrekking tot het gebruik van een auto worden in paragraaf 6.3 besproken.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2.
Artikel 6.2.1
Afwegingskader lokaal vervoer
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heemskerk 2026