Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling ReinUnie 2010, derde wijziging

1.. Het bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op en zendt deze uiterlijk 15 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen. 2.. De raden van de gemeenten kunnen bij het bestuur voor 15 augustus hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 3.. Het bestuur laat, voor zij de begroting definitief vaststelt, schriftelijk en gemotiveerd weten aan de raden wat zij vindt van eventueel ingediende zienswijzen en tot welke conclusies dat heeft geleid. 4.. Het bestuur stelt de begroting uiterlijk vast op 8 september van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. 5.. Na vaststelling zendt het bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten eventueel hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. Wanneer de (ontwerp) begroting ongewijzigd wordt vastgesteld, hoeft de begroting niet opnieuw naar de raden te worden toegezonden. 7.. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september, ter kennisgeving aan gedeputeerde staten. 8.. Op het wijzigen van de begroting zijn de leden 2 tot en met 7 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij het technische begrotingswijzigingen betreft die niet zorgen voor een verhoging van de bijdragen van de deelnemers. Voor laatstgenoemde begrotingswijzigingen is het bestuur bevoegd deze vast te stellen zonder daarvoor een zienswijze van de deelnemers te verzoeken.

Rechtspraak bij dit artikel