Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Heemskerk 2024

1.. Naast de in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden wordt een aanvraag voor subsidie geweigerd: voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; als door verlening van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden. 2.. Daarnaast kan de subsidie worden geweigerd als naar het oordeel van het college: de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de gemeente; de subsidieverstrekking niet past binnen door de raad of het college vastgesteld beleid; de subsidieaanvraag niet of in onvoldoende mate voldoet aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, lid 2; uit de overgelegde begroting naar voren komt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd financieel niet haalbaar zijn; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld, of gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager niet de capaciteiten heeft om de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd naar behoren uit te voeren; de gelden in een eerder subsidiejaar niet of in onvoldoende mate besteed zijn voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar was gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; door de aanvrager niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het dekken van de kosten van de activiteiten waarvoor deze is aangevraagd; de aanvrager beschikt over een algemene reserve die hoger is dan 20% van de jaarlasten. In dat geval kan het college de subsidie weigeren, dan wel een lager bedrag toekennen; de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken; in de gemeente al in voldoende mate wordt voorzien in de behoefte dan wel een dubbeling ontstaat met activiteiten waarvoor de gemeente al subsidie verstrekt; de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening verlaagd kan worden of volledig achterwege kan blijven; de activiteiten uitsluitend in het belang zijn van een politieke groepering, vakorganisatie, bedrijf of kerkgenootschap dan wel in hoofdzaak politieke of godsdienstige vorming beogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel