Een overbruggingsuitkering is bijstand welke verstrekt wordt om de periode tot de eerste betaling van de algemene uitkering voor levensonderhoud te overbruggen, omdat daarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Hierbij kan gedacht worden aan een vluchteling die zich vanuit een opvangcentrum zelfstandig vestigt binnen de gemeente Heemskerk of iemand die zich na een verbroken relatie zelfstandig vestigt. In die gevallen waarin de aanvrager door de betaling achteraf in de problemen dreigt te raken kan een overbruggingsuitkering worden verstrekt.
Een overbruggingsuitkering kan, na aanvraag van een bijstandsuitkering, slechts worden toegekend als:
de aanvrager in de problemen dreigt te raken doordat de algemene bijstand voor levensonderhoud achteraf betaald wordt;
de aanvrager in de problemen dreigt te raken door verlies van de portemonnee en hiervan aangifte heeft gedaan bij de politie.
De hoogte van de overbruggingsuitkering voor de aanvrager in artikel 1 sub a van dit artikel is gelijk aan 50% van de voor aanvrager geldende bijstandsnorm, plus eventuele toeslag (bijvoorbeeld bij de jongeren). De overbruggingsuitkering wordt ‘om niet’ (zonder terugbetalingsverplichting) verstrekt, tenzij er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld bij detentie). Dan wordt de overbruggingsuitkering in de vorm van een geldlening verstrekt.
De hoogte van de overbruggingsuitkering voor de aanvrager in artikel 1 sub b van dit artikel bedraagt maximaal € 100,00 per gezin en € 50,00 voor een alleenstaande en wordt verstrekt in de vorm van een geldlening.
Hoofdstuk 6
Artikel 17.
Overbruggingsuitkering
Onderdeel van Beleidsregels minimaregelingen en bijzondere bijstand gemeente Heemskerk 2024