Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 12.

Jongerentoeslagen

Onderdeel van Beleidsregels minimaregelingen en bijzondere bijstand gemeente Heemskerk 2024

1.. Een alleenstaande of een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de aanvrager uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat: de middelen van de ouder(s) niet toereikend zijn, óf de aanvrager redelijkerwijs het onderhoudsrecht tegenover zijn ouder(s) niet ten gelde kan maken. 2.. Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, als bedoeld in artikel 12 van de wet kan uitsluitend sprake zijn als de aanvrager zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is. 3.. Van noodzakelijke zelfstandige huisvesting als bedoeld in lid 2 is in ieder geval sprake indien: de jongere als tenminste twaalf maanden zelfstandig woont, of de jongere met een partner en/of kind een gezin vormt of de ouder (s) is / zijn overleden of woont / wonen in het buitenland of de jongere in het kader van de Wet op de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst of er sprake is van een ernstig verstoorde relatie met de ouder(s). 4.. Voor de alleenstaande jongere of alleenstaande ouder, als bedoeld in lid 1, wordt de bijzondere bijstand vastgesteld op ten hoogste het verschil tussen de norm als bedoeld in artikel 20, lid 1 en 2 sub a van de wet en de norm als bedoeld in artikel 21, sub a van de wet. 5.. De bijzondere bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar, die in een inrichting verblijven, kan onder de voorwaarden genoemd in het eerste en het tweede lid van dit artikel bijzondere bijstand worden toegekend conform artikel 23 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel