Naar hoofdinhoud
1.. Een eenmalige of periodieke gift, in geld of in natura, als bedoeld in artikel 31 tweede lid, onder m, van de wet wordt een vrij te laten bedrag van € 1.800,- per kalenderjaar gehanteerd. 2.. Lid 1 van dit artikel geldt per uitkering. Een echtpaar heeft een vrijlating tot € 1.800,- per jaar, niet per persoon. 3.. Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan € 1.800,- aan giften heeft ontvangen, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende jaar. 4.. Voor belanghebbenden is de vrijlating van € 1.800,- naar rato van toepassing vanaf de datum van toekenning van de uitkering tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar. 5.. Een gift of giften die het vrij te laten bedrag zoals bepaald in lid 1 overstijgen, worden tot de middelen van de belanghebbende gerekend. 6.. Zolang het totaalbedrag aan giften in een kalenderjaar onder € 1.800,- blijft, hoeft de belanghebbende de giften niet bij het college te melden. Zodra het totaalbedrag in een kalenderjaar meer bedraagt dan € 1.800,- geldt onverkort de inlichtingenplicht van artikel 17 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel