Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Plaatsen van bouwmaterialen

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit voorwerpen op of aan openbare plaatsen 2023

1.. In dit artikel wordt onder bouwmaterialen verstaan: een bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand of andere hulpconstructie die functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw of een tijdelijke werkzaamheid op land. 2.. Als categorie van voorwerpen zoals bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, onderdeel e, van de Algemene plaatselijke verordening, waarop het verbod van het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is, wordt aangewezen bouwmaterialen mits: minimaal 2 weken voor de plaatsing melding wordt gedaan bij het college; zij geen gevaar opleveren voor de brandveiligheid; zij zodanig zijn geplaatst dat het verkeer, waaronder voetgangers, geen hinder ondervindt. Hierbij geldt in ieder geval: er blijft tussen de bouwmaterialen en de rijbaan een vrije ruimte beschikbaar van minimaal 50 centimeter breed; er draaien geen draaiende delen over de rijbaan; bij plaatsing op het trottoir een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter overblijft voor voetgangers; zij bij plaatsing in een parkeervak niet uitsteken op de rijbaan; zij niet worden geplaatst op brandkranen, voor nooduitgangen, op een evenemententerrein of gedurende werkzaamheden aan de weg op het gedeelte dat nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden; zij uitsluitend worden geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop het werk wordt uitgevoerd; zij worden geplaatst gedurende de periode dat het werk in uitvoering is, met een maximum van 6 maanden; zij na het beëindigen van het werk binnen een week worden verwijderd; zij gezamenlijk maximaal 50 m² in beslag nemen; per werk niet meer dan één bouwbord op gemeentelijke grond wordt geplaatst; bouw- en sloopmateriaal gedurende de avonden en het weekeinde zodanig zijn afgedekt, dat uitvallen of wegwaaien van afval of materialen wordt voorkomen; een bouwbord alleen de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken vermeldt en degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk zijn betrokken; zij niet zodanig worden geplaatst of gebruikt dat onaanvaardbare hinder wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van de openbare weg; er niet op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof, vocht, afval of irriterend materiaal wordt verspreid; hulpconstructies geen onaanvaardbare overlast veroorzaken voor de omgeving door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen; hulpconstructies niet worden gebruikt indien daardoor instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel