**1..** In dit artikel wordt onder bouwmaterialen verstaan: een bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand of andere hulpconstructie die functioneel is voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw of een tijdelijke werkzaamheid op land.
**2..** Als categorie van voorwerpen zoals bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, onderdeel e, van de Algemene plaatselijke verordening, waarop het verbod van het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is, wordt aangewezen bouwmaterialen mits:
minimaal 2 weken voor de plaatsing melding wordt gedaan bij het college;
zij geen gevaar opleveren voor de brandveiligheid;
zij zodanig zijn geplaatst dat het verkeer, waaronder voetgangers, geen hinder ondervindt. Hierbij geldt in ieder geval:
er blijft tussen de bouwmaterialen en de rijbaan een vrije ruimte beschikbaar van minimaal 50 centimeter breed;
er draaien geen draaiende delen over de rijbaan;
bij plaatsing op het trottoir een vrije doorgang van minimaal 1,20 meter overblijft voor voetgangers;
zij bij plaatsing in een parkeervak niet uitsteken op de rijbaan;
zij niet worden geplaatst op brandkranen, voor nooduitgangen, op een evenemententerrein of gedurende werkzaamheden aan de weg op het gedeelte dat nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden;
zij uitsluitend worden geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop het werk wordt uitgevoerd;
zij worden geplaatst gedurende de periode dat het werk in uitvoering is, met een maximum van 6 maanden;
zij na het beëindigen van het werk binnen een week worden verwijderd;
zij gezamenlijk maximaal 50 m² in beslag nemen;
per werk niet meer dan één bouwbord op gemeentelijke grond wordt geplaatst;
bouw- en sloopmateriaal gedurende de avonden en het weekeinde zodanig zijn afgedekt, dat uitvallen of wegwaaien van afval of materialen wordt voorkomen;
een bouwbord alleen de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken vermeldt en degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk zijn betrokken;
zij niet zodanig worden geplaatst of gebruikt dat onaanvaardbare hinder wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van de openbare weg;
er niet op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof, vocht, afval of irriterend materiaal wordt verspreid;
hulpconstructies geen onaanvaardbare overlast veroorzaken voor de omgeving door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen;
hulpconstructies niet worden gebruikt indien daardoor instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
Artikel 4
Plaatsen van bouwmaterialen
Onderdeel van Aanwijzingsbesluit voorwerpen op of aan openbare plaatsen 2023