1
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 en/of 5 wordt voor het begraven geheven:
a
voor het stoffelijk overschot van een persoon, geborgen in een kist of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 1,20 meter te boven gaat
€ 660,85
b
voor het stoffelijk overschot van een persoon geborgen in een kist of ander omhulsel groter dan 0,60 meter doch niet groter dan 1,20 meter
€ 328,70
c
voor het stoffelijk overschot van een kind beneden het jaar of levenloos geboren, geborgen in een kistje of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 0,60 meter niet te boven gaat
€ 163,35
d
voor het begraven van een urn
€ 163,35
e
voor een urn/bijzetting stoffelijk overschot in bovengrondsgraf
€ 163,35
f
voor het bijzetten van een urn op een grafruimte
€ 38,90
g
voor het bijzetten van een urn of één of meer asbussen (voor zover gelijktijdig aangeboden) in het columbarium
€ 38,90
2
Voor het begraven op zaterdag wordt boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van:
€ 774,50
3
In afwijking van het bepaalde onder 2 wordt voor het begraven op zaterdag van een urn boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van:
€ 286,40
Artikel 12
Begraafrechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rechten wegens het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen 2023