Naar hoofdinhoud

Artikel 9

De hoogte van de boete

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering Wet kinderopvang 2022

1.. Bij de berekening van de bestuurlijke boete geldt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is opgenomen in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt. 2.. De boete wordt opgelegd per voorwaarde die is overtreden zoals opgenomen in het desbetreffende domein. 3.. Bij de hoogte van de bestuurlijke boete wordt rekening gehouden met de grootte van de organisatie. Het college hanteert vier categorieën waar de boetebedragen als volgt op worden afgestemd: Voor grote organisaties (een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang met organisatiebreed meer dan 150 kindplaatsen of een gastouderbureau met meer dan 50 bemiddelingsrelaties met gastouders) geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht; Voor middelgrote organisaties (een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang met organisatiebreed 51 tot en met 150 kindplaatsen of een gastouderbureau met 16 tot en met 50 bemiddelingsrelaties met gastouders) geldt twee derde deel van het normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht; Voor kleine organisaties (een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang met organisatiebreed maximaal 50 kindplaatsen of een gastouderbureau met maximaal 15 bemiddelingsrelaties met gastouders) geldt één derde deel van het normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht; Voor voorzieningen voor gastouderopvang geldt één zesde deel van het normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht. Dit geldt niet voor die voorwaarden in het afwegingsoverzicht waar specifiek gastouder staat vermeld. 4.. De hoogte van de bij de boetebeschikking op te leggen boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. 5.. Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging conform deze beleidsregels onevenredig zou zijn. 6.. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel