Naar hoofdinhoud

Artikel 7

De last onder dwangsom

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering Wet kinderopvang 2022

1.. De begunstigingstermijn die in het besluit last onder dwangsom wordt gegeven, wordt vastgesteld op een redelijke termijn die nodig is om de overtreding te beëindigen. Hierbij wordt aangesloten bij de termijnen genoemd in het vorige artikel. 2.. Een last onder dwangsom wordt opgelegd per tijdseenheid of per overtreding. 3.. Een last onder dwangsom wordt opgelegd in vijf termijnen of herhalingen. 4.. De eerste termijn wordt vastgesteld conform lid 1 van dit artikel. De tweede, derde, vierde en vijfde termijn eindigen bij een overtreding met gevolgen voor de directe veiligheid, gezondheid of pedagogisch welbevinden van de kinderen in de dagelijkse opvangpraktijk 2 weken later dan de termijn die daaraan voorafgaat. Bij herstel of wijziging van beleidsvoering en administratieve vereisten die redelijkerwijs moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang is dit 4 weken. Bij andere overtredingen die geen directe gevolgen hebben voor de veilige en gezonde omgeving van de kinderen is dit ook 4 weken. 5.. Als er spoed is geboden bij het opheffen van de overtreding kan het college afwijken van de genoemde termijnen. 6.. In afwijking van het tweede lid kan bij recidive een dwangsom ineens worden opgelegd. 7.. De dwangsom is gelijk aan de hoogte van de boete zoals weergegeven in het afwegingsoverzicht en wordt verdeeld over vijf gelijke termijnen of herhalingen. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing wanneer bij recidive nogmaals een last onder dwangsom wordt opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel