1
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 en/of 5 wordt voor het begraven geheven:
a
voor het stoffelijk overschot van een persoon, geborgen in een kist of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 1,20 meter te boven gaat
€ 629,10
b
voor het stoffelijk overschot van een persoon geborgen in een kist of ander omhulsel groter dan 0,60 meter doch niet groter dan 1,20 meter
€ 312,90
c
voor het stoffelijk overschot van een kind beneden het jaar of levenloos geboren, geborgen in een kistje of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 0,60 meter niet te boven gaat
€ 155,50
d
voor het begraven van een urn
€ 155,50
e
voor een urn/bijzetting stoffelijk overschot in bovengrondsgraf
€ 155,50
f
voor het bijzetten van een urn op een grafruimte
€ 37,05
g
voor het bijzetten van een urn of één of meer asbussen (voor zover gelijktijdig aangeboden) in het columbarium
€ 37,05
2
Voor het begraven op zaterdag wordt boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van:
€ 737,30
3
In afwijking van het bepaalde onder 2 wordt voor het begraven op zaterdag van een urn boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van:
€ 272,65
Artikel 12
Begraafrechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rechten wegens het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen 2022