Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Wettelijke grondslag

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit flexibel cameratoezicht 2021

Het cameratoezicht wordt toegepast op basis van art. 2:77 lid 1 APV, waarin is opgenomen dat de burgemeester overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet bevoegd is te besluiten om camera’s te plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde. Cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet heeft als eerste een signalerende functie. De camera ziet meer en met die informatie kunnen de politie en andere (hulp)diensten op straat worden aangestuurd. Daarnaast mag gemeentelijk cameratoezicht ook bijvangst opleveren. Zo biedt artikel 151c lid 7 Gemeentewet de mogelijkheid om de opgenomen beelden onder bepaalde voorwaarden op te slaan en te gebruiken voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten zoals bijvoorbeeld vandalisme. De mogelijkheid van herkenbare beelden door het cameratoezicht kan daarmee voor potentiële daders een overweging zijn om van de verstoring van de openbare orde/strafbare feiten af te zien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel