Het college verdeelt de subsidie voor reguliere peuteropvang en VVE als volgt:
Subsidies voor reguliere peuterplaatsen worden bekostigd uit het budget lokaal onderwijsbeleid. Jaarlijks stelt de raad voor dit budget een subsidieplafond vast. Indien en voor zover dit plafond door subsidieverlening dreigt te worden overschreven, wordt voorrang gegeven aan reeds geplaatste reguliere peuters. Hiervoor wordt uitgegaan van de geplaatste reguliere peuters op 1 november in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
Subsidies voor VVE peuterplaatsen worden bekostigd uit het budget onderwijsachterstandenbeleid. Indien dit budget wordt overschreden, wordt het budget voor peuteropvang met voorrang beschikbaar gesteld voor het subsidiëren van de VVE peuterplaatsen.