**1..** Categorie Instrumentale muziek: een amateurkunstvereniging wordt voor de berekeningsgrondslag voor een jaarlijkse subsidie amateurkunst ingedeeld in de categorie Instrumentale muziek indien de kernactiviteit(en) van de amateurkunstvereniging naar het oordeel van het college primair is/zijn gericht op het maken van muziek via het bespelen van instrumenten in groepsverband.
**2..** Categorie Zangkunst: een amateurkunstvereniging wordt voor de berekeningsgrondslag voor een jaarlijkse subsidie amateurkunst ingedeeld in de categorie Zangkunst indien de kernactiviteit(en) van de amateurkunstvereniging naar het oordeel van het college primair is/zijn gericht op het zingen in groepsverband.
**3..** Categorie Toneelkunst: een amateurkunstvereniging wordt voor de berekeningsgrondslag voor een jaarlijkse subsidie amateurkunst ingedeeld in de categorie Toneelkunst indien de kernactiviteit(en) van de amateurkunstvereniging naar het oordeel van het college primair is/zijn gericht op het toneelspelen in groepsverband.
**4..** Categorie Beeldende kunst en overige kunstuitingen: een amateurkunstvereniging wordt voor de berekeningsgrondslag voor een jaarlijkse subsidie amateurkunst ingedeeld in de categorie Beeldende kunst en overige kunstuitingen indien de kernactiviteit(en) van de amateurkunstvereniging naar het oordeel van het college niet kan worden ingedeeld in de categorieën zoals omschreven in het eerste, tweede of derde lid.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2