Naar hoofdinhoud
1.. Tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald, hebben de aanvragers draagkracht: Als het (gezamenlijk) inkomen meer bedraagt dan 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag en/of Een vermogen boven de in artikel 34, lid 3 van de wet genoemde vermogensgrens. 2.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt een verstrekte individuele studietoeslag en individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten; 3.. Bij de bepaling van de draagkracht wordt uitgegaan van de bijstandsnorm zonder rekening te houden met eventuele kostendelers; 4.. In afwijking van het eerste lid wordt een deel van het netto inkomen dat hoger ligt dan 110% van de geldende bijstandsnorm bestempeld als ‘draagkracht’. Dit deel wordt in mindering gebracht op de verstrekking. Zie onderstaande tabel. Draagkrachtpercentages: Hoogte van het inkomen Draagkracht tot 110% van de geldende bijstandsnorm geen draagkracht tussen de 110% en de 150 van de geldende bijstandsnorm 25% van het meerdere inkomen meer dan 150% van de geldende bijstandsnorm 50% van het meerdere inkomen 5.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen van de aanvrager(s) gedurende zes maanden voorafgaande aan de aanvraag, tenzij dit geen juist inzicht geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel