Besteding en inning van gelden door de gemeente zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door de accountant moet worden getoetst. Deze voorwaarden liggen vast in wet- en regelgeving (Algemeen verbindende voorschriften van de Europese Unie, formele wetten, Algemene maatregelen van bestuur, wetten in materiële zin als Ministeriële regelingen, raadsbesluiten, verordeningen, richtlijnen, protocollen en dergelijke met een wettelijke grondslag en jurisprudentie).
De gestelde voorwaarden hebben over het algemeen betrekking op:
omschrijving van de doelgroep respectievelijk het project;
heffing- en/of declaratiegrondslag;
normbedragen;
bevoegdheden;
voeren van een administratie;
verkrijgen en bewaren van bewijsstukken;
aan te houden termijnen besluitvorming, betaling, declaratie e.d.;
recht, hoogte en duur.
De precieze invulling verschilt per wet, regeling of verordening. Voor alle geldstromen dient ondubbelzinnig vast te staan welke voorwaarden er op van toepassing zijn. De door hogere overheden gestelde voorwaarden liggen vaak volledig vast. Dit geldt echter niet voor de voorwaarden in de gemeentelijke regelgeving. Uitgangspunt daarbij is dat vooralsnog het huidige informele beleid wordt bekrachtigd en er vooral tegen derden niet met terugwerkende kracht strengere normen zullen worden toegepast.
In de Kadernota rechtmatigheid van de commissie Bbv wordt het voorwaardencriterium toegelicht op de onderwerpen subsidieafrekeningen en specifieke uitkeringen alsmede investeringen en contracten die meerjarige gevolgen hebben.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3