Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Bij het bepalen van de kaders die in acht moeten worden genomen voor de accountantscontrole worden de regels van de commissie Bbv (Kadernota Rechtmatigheid) en Bado aangehouden.
De accountant rapporteert in zijn rapport van bevindingen over het begrotingscriterium.
Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging, is, voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft, mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van de raad zoals geregeld in de Gemeentewet. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door de raad geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan de raad.
In de Financiële verordening is onder meer bepaald dat de raad met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma evenals het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, autoriseert. Het college wordt dus op programmaniveau door de raad geautoriseerd.
Compensatie tussen programma’s onderling of dekking van een overschrijding via de algemene dekkingsmiddelen zal door de raad moeten worden goedgekeurd (budgetrecht).
In de jaarverslaglegging wordt gerapporteerd of en welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn aan de hand van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie Bbv.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1