(artikel 16, lid 4 onder c Leerplichtwet) 1. De beleidsadviseur van het regionale bureau voert periodiek (ten minste driemaal per jaar) overleg met de beleidsmedewerkers leerplicht/RMC-medewerker/vsv van de gemeenten in de regio over de beleidsmatige ontwikkelingen op het eigen beleidsterrein en op aangrenzende beleidsterreinen. In deze “regiegroep” vindt de regionale afstemming over de beleidsvoorbereiding voor het regionale bestuurlijke overleg (gemeenschappelijk orgaan). De manager van het regionale bureau voert periodiek (ten minste driemaal per jaar) overleg met de medewerkers leerplicht/RMC-medewerker uit de gehele regio over de uitvoering van de taken krachtens de wet en de RMC-wetgeving. In dit “Regionale Overleg Leerplicht en RMC (ROL) vindt regionale afstemming plaats op praktisch niveau. Het initiatief tot het voeren van beide overleggen vindt plaats vanuit het Leerplein. 2. De deelnemers aan het uitvoerend overleg dragen bij aan een optimaal toezicht op de naleving van de leerplichtwet en de RMC-wetgeving door in het regionale overleg voorstellen in te brengen over onderwerpen waarvoor regionale afspraken bijdragen aan een doelmatige bestrijding van schoolverzuim en/of voortijdig schoolverlaten. - toelichting op beleidskeuzes zoals die in de regio worden gemaakt door de ambtelijke regiegroep; - afspraken over het onderhouden van contacten met scholen en onderwijsinstellingen in de regio; - afspraken over de beleidsregels met betrekking tot de scholen en onderwijsinstellingen in de regio; - afspraken over adviezen met betrekking tot het beleid die medewerkers leerplicht/RMC-medewerker uit de regio geven aan de scholen in de regio; - afspraken over de organisatie en inhoud van de contacten met de regionaal werkende instellingen op het gebied van algemeen maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg en de aansluiting tussen onderwijs en arbeid; - afspraken over de organisatie en inhoud van het overleg met het Openbaar Ministerie. Tot deze onderwerpen behoren in ieder geval: Daarnaast kan gedacht worden aan de volgende onderwerpen, die regionale afstemming behoeven: - de toepassing van de wettelijke vrijstellingsgronden; - de richtlijnen op regionaal niveau inzake het verlenen van verlof op grond van artikel 11 aanhef en onder f en g van de wet (extra vakantieverlof respectievelijk andere gewichtige omstandigheden); - de wijze waarop contact wordt onderhouden met de officier van justitie in het kader van de toepassing van artikel 22 van de wet (onderzoek door de leerplichtambtenaar); - de wijze waarop regionaal vastgesteld beleid, bijvoorbeeld inzake preventieve spreekuren, vorm krijgt in de regio, zodat alle jongeren uit de regio gelijk behandeld worden. 3. De leerplichtambtenaar pleegt overleg met de leerplichtambtenaar van de woongemeente van een jongere indien hij/zij in zijn contacten met scholen, instellingen of instanties bemerkt dat sprake kan zijn van een overtreding van de wet of een bedreiging van de schoolloopbaan van de jongere die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente.
Artikel 24.