Naar hoofdinhoud
De aanvraag van urgentie voor mensen die verblijven in een instelling voor tijdelijke opvang van slachtoffers van huiselijk geweld oftewel de Blijf-groep, wordt beoordeeld op basis van de algemene weigeringsgronden, met uitzondering van lid 1i (lokale binding). Daarnaast moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: De aanvrager heeft aangifte gedaan van mishandeling door de partner of familielid bij de politie, of heeft een verklaring van de politie welke aangeeft dat er geen aangifte kan worden gedaan vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar een misdrijf waarvan de aanvrager van urgentie slachtoffer is; De aanvrager staat in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven op het adres van de bovengenoemde instelling; Voorliggende voorzieningen moeten door de aanvrager zijn benut, waaronder mogelijkheid om zich als medehuurder te laten erkennen en op basis van het huurrecht de voormalige gezamenlijke woning op te eisen; Indien de aanvrager getrouwd was met de dader van het huiselijk geweld, dienen de echtscheidingsbeschikking en het ouderschapsplan te worden ingediend, Indien de aanvrager ongehuwd samenwonend was en met de dader kinderen heeft, dient er een ouderschapsplan te worden meegestuurd bij de aanvraag; Aanvragers die niet getrouwd of samenwonend waren en vanuit een inwoonsituatie in de instelling terecht zijn gekomen, moeten 23 jaar of ouder zijn; Aanvragers die (mede-) eigenaar zijn van een koopwoning dienen deze eerst te verkopen en moeten een bewijs van vrijwaring van de hypotheekverstrekker tonen; De aanvrager heeft een risico-screening van de instelling van opvang, welke aansluit op de aangifte of verklaring van de politie en waaruit blijkt dat er risico is op herhaald geweld.

Rechtspraak bij dit artikel