**1..** Voordat eigen onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob wordt gestart, zal een aanvraag zo veel als mogelijk eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de Awb en de reguliere weigeringsgronden vanuit de onderliggende regelgeving van desbetreffende vergunning.
**2..** Het onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit:
het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking of het aangaan van een vastgoedtransactie en in dat kader overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden.
het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die al dan niet door middel van de in het vorige artikel bedoelde aanvraag en vragenformulieren en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de aanvrager en de gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de Wet Bibob kan raadplegen.
**3..** Het bestuursorgaan kan zich bij het onderzoek laten ondersteunen door het RIEC Noord-Holland.
**4..** Indien het hiervoor genoemde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar dat de in artikel 3 van de Wet Bibob bedoelde feiten zich zullen voordoen wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob ingewonnen bij het Landelijk Bureau.
**5..** Indien de officier van justitie ingevolge artikel 26 van de Wet Bibob wijst op de mogelijkheid om advies in te winnen bij het Landelijk Bureau, wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob ingewonnen bij het Landelijk Bureau.
Hoofdstuk
Artikel 9.