Naar hoofdinhoud
1.. Indien uit eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau blijkt dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob gaat het bestuursorgaan over tot: het nemen van een negatief besluit op de aanvraag om een beschikking, of het nemen van een beslissing af te zien van het aangaan van een vastgoedtransactie met de betreffende betrokkene, of in het geval van een verleende beschikking, het intrekken van die beschikking, of in het geval van een tot stand gekomen overeenkomst na een vastgoedtransactie, het zo mogelijk ontbinden van de overeenkomst. 2.. Voordat een negatief besluit wordt genomen als bedoeld in het eerste lid moet het bestuursorgaan zich, op grond van artikel 3:9 van de Awb, ervan vergewissen dat het onderzoek van het Landelijk Bureau op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. 3.. Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van Wet Bibob, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar. 4.. Indien het bestuursorgaan overgaat tot het toepassen van het gestelde in het eerste of derde lid van dit artikel, neemt het artikel 33 van de Wet Bibob in acht. 5.. Het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die een advies van het Landelijk Bureau als bedoeld in de Wet Bibob ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel