**1..** Het college kan op verzoek of ambtshalve de aanwijzing van een GPPK intrekken, indien
de aanvrager de kosten als bedoeld in artikel 5 lid 4 niet heeft voldaan binnen 6 weken na de dag dat het verkeersbesluit als bedoeld artikel 6 onherroepelijk is geworden;
degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen, geen gebruik meer maakt of kan maken van de aangewezen GPPK;
niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze beleidsregel;
zich een ruimtelijke ontwikkeling voordoet ten behoeve van het algemeen belang, welke ontwikkeling zich verzet tegen instandhouding van de GPPK;
degene voor wie de GPPK is aangewezen hiertoe verzoekt; of
degene voor wie de GPPK is aangewezen is overleden.
**2..** Voordat het intrekkingsbesluit op grond van lid 1 onder a t/m d wordt genomen, wordt degene voor wie de GPPK is aangewezen, overeenkomstig artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht geïnformeerd.
**3..** Indien tot een intrekkingsbesluit op grond van lid 1 onder a of d wordt besloten, vindt ambtshalve in overleg met de aanvrager opnieuw de locatiebepaling plaats als omschreven in artikel 5.
**4..** Het college neemt in geval van intrekking een verkeersbesluit voordat zij tot verwijderen van een GPPK overgaat.
Hoofdstuk 2
Artikel 7