Op grond van artikel 14 lid 2 van de verordening worden de volgende regels vastgesteld:
Het bedrijfsafval mag enkel en alleen via een inzamelmiddel worden aangeboden aan de inzamelaar. Onder inzamelmiddel wordt verstaan; een rolcontainer (inhoud kan verschillen) of ondergrondse container.
de inzamelmiddelen mogen niet op of aan de openbare weg geplaatst worden anders dan voor onmiddellijke overdracht (maximaal een half uur voor lediging) aan de inzamelaar;
de gebruikte inzamelmiddelen worden na lediging binnen een half uur verwijderd van de openbare weg.
Het aanbieden dient ordelijk te gebeuren. De plaatsing van het inzamelmiddel dient zodanig te gebeuren dat het verkeer - voetgangers daaronder begrepen - daar zo min mogelijk hinder van ondervindt. Het inzamelmiddel dient gesloten te zijn; er mogen geen losse afvalstoffen naast of op worden aangeboden.
Het inzamelmiddel dient zo snel mogelijk na lediging weer op het eigen terrein te worden teruggeplaatst.
Kleppen/deksels van rolemmers en containers dienen gesloten te zijn, er mag niets naast de containers worden aangeboden, met als enige uitzondering dat karton mits in een bundel samengebonden en geplet, wél naast de rolemmer of container mag worden aangeboden.
Het bedrijfsafval mag nergens anders dan voor het eigen perceel, of voor het eigen terrein, ter inzameling op de afgesproken inzameldag mag worden geplaatst.
Het aanbieden/plaatsen van bedrijfsafval mag in geen geval overlast veroorzaken voor het verkeer, de omwonenden en de directe omgeving.
Hoofdstuk 3
Artikel 13