Naar hoofdinhoud
1 Onverminderd het bepaalde in artikel 4 en/of 5 wordt voor het begraven geheven: a voor het stoffelijk overschot van een persoon, geborgen in een kist of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 1,20 meter te boven gaat € 600,15 b voor het stoffelijk overschot van een persoon geborgen in een kist of ander omhulsel groter dan 0,60 meter doch niet groter dan 1,20 meter € 298,45 c voor het stoffelijk overschot van een kind beneden het jaar of levenloos geboren, geborgen in een kistje of ander omhulsel hetwelk de afmeting van 0,60 meter niet te boven gaat € 148,35 d voor het begraven van een urn € 148,35 e voor een urn/bijzetting stoffelijk overschot in bovengrondsgraf € 148,35 f voor het bijzetten van een urn op een grafruimte € 35,30 g voor het bijzetten van een urn of één of meer asbussen (voor zover gelijktijdig aangeboden) in het columbarium € 35,30 2 Voor het begraven op zaterdag wordt boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van: € 703,35 3 In afwijking van het bepaalde onder 2 wordt voor het begraven op zaterdag van een urn boven de bedragen vermeld in het eerste lid een bedrag geheven van: € 260,10

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel