**1..** Voor het van gemeentewege schoonhouden en verzorgen van de begraafplaats en van de op de grafruimten geplaatste voorwerpen en beplanting - waaronder niet begrepen, het herstellen en vernieuwen van voorwerpen, het vernieuwen van beplanting en het ophalen van graftekenen - wordt voor de periode, waarvoor een vergunning als bedoeld in de “Beheersverordening begraafplaatsen 2019” geldt een bedrag geheven van:
€ 1.356,25 voor grafruimten, zijnde een enkelvoudig graf, voor een periode van twintig jaar;
€ 1.356,25 voor particulier graven, zijnde een samengesteld graf, voor een periode van twintig jaar;
€ 678,15 voor grafruimten, zijnde een enkelvoudig graf, voor een periode van tien jaar;
€ 678,15 voor particuliere graven, zijnde een samengesteld graf, voor een periode van tien jaar;
€ 339,05 voor particuliere graven, zijnde een enkelvoudig graf, voor een periode van vijf jaar;
€ 339,05 voor particuliere graven, zijnde een samengesteld graf, voor een periode van vijf jaar;
€ 338,90 voor algemene graven, zijnde een samengesteld graf, voor een periode van tien jaar;
€ 113,00 voor een urnennis in de urnentuin voor een periode van tien jaar.
**2..** Indien er sprake is van het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden voor een periode van vijf, tien respectievelijk twintig achtereenvolgende jaren wordt een bedrag in rekening gebracht overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid afhankelijk van de gekozen periode. Indien de termijn van verlenging afwijkt van de in het eerste lid genoemde termijnen bedraagt het verschuldigde bedrag € 67,80 per jaar.
Het bepaalde in artikel 5, tweede lid van deze verordening is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10