De officier van justitie die rechtstreeks van een buitenlandse autoriteit een verzoek ontvangt tot het instellen van een strafvervolging, brengt, voor zover het toepasselijke verdrag niet reeds uitdrukkelijk in die wijze van toezending voorziet, dat verzoek met de daarbij gevoegde stukken, onder overlegging van zijn advies, ter kennis van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
Artikel VI van Stb. 2017/246 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Boek Vijfde › Titel 3 › afdeling Tweede › § 1
Artikel 5.3.6
(doorsturen verzoek aan Minister)
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering· Procesrecht
In werking sinds 1 juli 2018