Naar hoofdinhoud

Boek Tweede › Titel VI › afdeling Eerste

Artikel 286

Artikel 286

Onderdeel van Wetboek van Strafvordering· Procesrecht

In werking sinds 1 februari 1998

1. De voorzitter ondervraagt de verdachte. 2. Is er meer dan één verdachte, dan bepaalt de voorzitter in welke volgorde de verdachten worden ondervraagd. 3. De voorzitter kan bepalen dat de verdachte buiten tegenwoordigheid van een of meer medeverdachten of getuigen zal worden ondervraagd. 4. Gedurende de verdere loop van het onderzoek kunnen aan de verdachte door de voorzitter, de rechters, de officier van justitie, de raadsman en de medeverdachte vragen worden gesteld. 5. Artikel 293 is van overeenkomstige toepassing. 6. Bij het verhoor van de verdachte wordt zo veel mogelijk onderzocht, of zijn verklaring op eigen wetenschap berust.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel