Naar hoofdinhoud

Boek Tweede › Titel III › Vierde Afdeling A

Artikel 226f

Artikel 226f

Onderdeel van Wetboek van Strafvordering· Procesrecht

In werking sinds 1 februari 1994

1. De rechter-commissaris neemt, zoveel mogelijk in overleg met de officier van justitie, de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de identiteit van de bedreigde getuige en de getuige, ten aanzien van wie een verzoek of vordering als bedoeld in artikel 226a, eerste lid, is ingediend zolang daaromtrent nog niet onherroepelijk is beslist, verborgen te houden. 2. Hij is bevoegd voor dat doel in processtukken gegevens betreffende de identiteit van de getuige onvermeld te laten of processtukken te anonimiseren. 3. De anonimisering wordt door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend of gewaarmerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel