ECLI:NL:RBZWB:2026:8234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 maart 2026
- Zaaknummer
- 25-030306
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
gedeeltelijke toewijzing. Kosten advocaat bovenmatig
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 21 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 18.632,35, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 47,77, voor vergoeding van reiskosten;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
het vonnis van de meervoudige strafkamer van 28 oktober 2025 waarin verzoeker is vrijgesproken;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, verzoeker en mr. M. Houweling als advocaat van verzoeker, gehoord.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat van verzoeker heeft in raadkamer in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat de kosten voor de aan verzoeker verleende rechtsbijstand niet bovenmatig zijn en voor integrale toewijzing in aanmerking komen. Vanwege de enorme persoonlijke en ook zakelijke belangen was verzoeker zeer nauw en zorgvuldig betrokken bij de voorbereiding van de zaak. Verzoeker is daarbij te kenmerken als volhardend, vasthoudend en veeleisend, hetgeen tot veelvuldige en uitvoerige correspondentie en besprekingen heeft geleid. De strafzaak heeft daarbij meerdere jaren geduurd. Naast het politieverhoor hebben er twee zitting plaatsgevonden en is er veelvuldige communicatie met de Verkeerstoren geweest omtrent het inplannen van de laatste zitting. Mocht matiging van het schadebedrag desalniettemin passend wordt geacht, dan wordt subsidiair verzocht om de vergoeding te bepalen op een bedrag dat ligt tussen het verzochte schadebedrag en het door het Openbaar Ministerie toewijsbare bedrag. Uiterst subsidiair verzoekt verzoeker het schadebedrag conform het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie toe te wijzen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het aantal uren dat aan het contact met verzoeker is besteed, bovenmatig is en niet in verhouding staat tot de complexiteit van de strafzaak en de omvang van het procesdossier. Het is dan ook redelijk om enige matiging van de verzochte vergoeding te betrachten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.