ECLI:NL:RBZWB:2026:8205
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 24 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-021668
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Ongegrond. revindicatie door oorspronkelijke eigenaar. Geen 3:86 bescherming.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 26 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de (aangepaste) kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 24 juli 2025 onder klaagster in beslag is genomen: een motor Yamaha Mt-09abs, met Belgisch [kenteken] (hierna: de motor);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 23 december 2025 en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, [vertegenwoordiger] als vertegenwoordiger van klaagster en [belanghebbende] als belanghebbende, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe is door de heer [vertegenwoordiger] in raadkamer aangevoerd dat klaagster eigenaar is van de in beslag genomen motor. Zij heeft de motor met sleutel en het eerste deel van Belgische inschrijving/kenteken van een erkende handelaar voor een destijds redelijke prijs gekocht. Klaagster heeft de motor vervolgens opgeknapt en laten keuren. Tijdens de keuring bleek dat de motor in België als gestolen geregistreerd staat. Klaagster heeft de motor te goeder trouw gekocht en heeft ongeveer 1.200 euro aan reparatiekosten aan de motor besteed. Zij wenst dan ook teruggave van de motor aan haar dan wel minstens dat deze kosten vergoed worden en dat klaagster de aankoopsom terugkrijgt.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat weliswaar het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet langer vordert, maar dat teruggave niet aan klaagster, maar aan de redelijkerwijs als rechthebbende te beschouwen persoon dient te geschieden, zijnde in dit geval [belanghebbende] . De motor was gestolen in België en er bestaat een revindicatiemogelijkheid voor de (oorspronkelijke) eigenaar.
[belanghebbende] heeft in raadkamer aangevoerd dat de motor na de echtscheiding van [persoon] op zijn naam is gesteld en dat hij sindsdien de eigenaar is van de motor. Op 20 mei 2025 is de motor met sleutel uit zijn garage gestolen. Hij heeft daarvan direct aangifte gedaan bij de Belgische politie. Hij wenst teruggave van de motor aan hem, maar is wel bereid - en acht het ook niet meer dan gerechtvaardigd - om de door klaagster gemaakte kosten te vergoeden, nu er onderdelen van de motor vervangen zijn.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.