ECLI:NL:RBZWB:2026:8204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 maart 2026
- Zaaknummer
- 25-014489
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
gegrond. Geen strafvorderlijk belang. Niet vastgesteld dat het gaat om een vals document.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 30 mei 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 01 juli 2024 onder klaagster in beslag is genomen: de geboorteakte van klaagster uit Gambia (hierna: de geboorteakte);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 12 juni en 27 augustus 2025;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 9 september 2025;
de heropeningsbeslissing van 19 december 2025 en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 24 februari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. R.F.M. Gerritsen als gemachtigd waarnemend advocaat van klaagster, gehoord.
Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Op 30 mei 2025 is namens klaagster een klaagschrift ingediend waarin is verzocht om teruggave van de in beslag genomen geboorteakte van klaagster. Op 9 september 2025 heeft de rechter de behandeling van het klaagschrift aangehouden, omdat het deskundigenrapport - op basis waarvan de conclusie wordt getrokken dat de geboorteakte vals is - niet in het raadkamer dossier zat.
Tijdens de raadkamerzitting van 21 november 2025 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij het standpunt dat de geboorteakte uit Gambia vals is en niet terug kan worden gegeven aan klaagster. In het dossier zat echter geen vordering tot onttrekking aan het verkeer, opgemaakt door het Openbaar Ministerie, terwijl de strafzaak tegen klaagster inmiddels was geseponeerd. Bovendien gaf het deskundigenrapport over de geboorteakte een zeer summiere onderbouwing voor de conclusie dat van een vals document sprake zou zijn. Bij beslissing van 19 december 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een vordering tot onttrekking aan het verkeer aan te brengen en de valsheid, indien gewenst, nader te onderbouwen.
Op 16 januari 2026 is door de officier van justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer aangebracht. Er zijn geen nadere stukken overgelegd die dienen ter nadere onderbouwing van de valsheid van de geboorteakte.
Tijdens de raadkamerzitting van 24 februari 2026 heeft de raadsman nogmaals aangevoerd dat in Gambia de zaken iets anders zijn geregeld dan in Nederland. Klaagster heeft bij haar geboorte een geboorteakte ontvangen. Haar ouders zijn op enig moment gescheiden en de geboorteakte is toen kwijtgeraakt. Klaagster heeft een nieuwe geboorteakte aangevraagd en ook gekregen. Vervolgens heeft zij een Nederlandse man ontmoet met wie ze wilde trouwen. Klaagster heeft de geboorteakte bij de ambassade in Gambia laten legaliseren, zodat zij naar Nederland af kon reizen. Op de akte zit ook een legalisatiestempel. De in Gambia afgegeven geboorteakte is dus door Gambia gevalideerd. Vervolgens wordt door het Bureau Documenten van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) gesteld dat de geboorteakte van Gambia met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. De raadsman meent dat enkel op basis van deze bevindingen de geboorteakte niet langer als vals bestempeld kan worden, nu de valsheid niet nader onderbouwd is.
Klaagster heeft een groot persoonlijk belang bij teruggave van de geboorteakte. Zij volgt een studie Internationale Betrekkingen en wil in de toekomst werken bij het Internationaal Strafhof. Zij wil graag naar Gambia om uit te zoeken wat er nu mis is gegaan. Zij heeft daarvoor de geboorteakte nodig. In Gambia is het erg belangrijk om te kunnen aantonen wie je bent en zonder geboorteakte kan klaagster dat nu niet. Klaagster verzoekt dan ook om teruggave van de geboorteakte.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de geboorteakte vals is en om die reden niet terug kan worden gegeven aan klaagster. Het betreft weliswaar een summier documentenonderzoek, maar het onderzoek is gedaan door specialisten.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.