ECLI:NL:RBZWB:2026:8172
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 28 april 2026
- Zaaknummer
- 25-030615
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Afwijzen kosten rechtsbijstand en gedeelte reiskosten.
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 25 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 643,19, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 5,48, voor vergoeding van reiskosten ten behoeve van het verhoor op het politiebureau;
€ 25,93, voor vergoeding van reiskosten ten behoeve van het ophalen van de dagvaarding in Roosendaal;
€ 38,97, voor vergoeding van reiskosten ten behoeve van de zittingen;
€ 22,50, voor vergoeding van parkeerkosten;
€ 448,93, voor vergoeding wegens gederfde inkomsten van de moeder van verzoeker;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de aantekening van het mondelinge vonnis van de kinderrechter van 6 oktober 2025 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 14 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, verzoeker en mr. D. Marcus als advocaat van verzoeker, gehoord.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
Daartoe is in aanvulling op het verzoekschrift ten aanzien van de verzochte vergoeding van de reiskosten aangevoerd dat deze zijn gemaakt ten behoeve van de strafzaak en voor vergoeding in aanmerking komen nu verzoeker is vrijgesproken. Ten aanzien van de parkeerkosten stelt de advocaat dat zij deze kosten niet kan onderbouwen, anders dan dat de ouders van verzoeker (verplicht) bij de zitting van hun minderjarige zoon aanwezig zijn geweest en er in de omgeving van de rechtbank alleen betaald kan worden geparkeerd. Ten aanzien van het tijdsverzuim heeft de advocaat aangevoerd dat de moeder van verzoeker parttime werkt en daadwerkelijk vrij heeft moeten nemen om bij de zitting van haar minderjarige zoon aanwezig te kunnen zijn, hetgeen ook door haar werkgever schriftelijk is bevestigd. Zij heeft die uren niet op andere wijze kunnen invullen. Er kan wel een matiging van het bedrag plaatsvinden nu de advocaat abusievelijk is uitgegaan van het bruto uurloon in plaats van het netto uurloon, zodat thans een vergoeding van bedrag van
€ 404,01 (11,7 uur * € 34,53) wegens gemiste inkomsten wordt verzocht.
Verzoeker meent dat ook de kosten voor de verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de zaak is een tweede verhoor gelast, hetgeen niet gebruikelijk is bij een minderjarige en waarvoor geen vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand is toegekend. Verzoeker heeft deze nota zelf moeten betalen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de reiskosten kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 64,90 en dat het verzoek voor het overige dient te worden afgewezen. Een vervolgverhoor valt onder de werkzaamheden van een advocaat in het kader van een jeugdstrafpiket, waar reeds een rechtsbijstandvergoeding tegenover staat. In de nadere toelichting van de advocaat in raadkamer ziet de officier van justitie geen aanleiding om de verzochte vergoeding wegens gemiste inkomsten alsnog toe te wijzen. Daartoe stelt hij dat de moeder van verzoeker haar werkzaamheden op een andere wijze had kunnen invullen, mede ook gelet op het aantal uren dat is berekend om bij de zitting van haar zoon aanwezig te zijn.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.