ECLI:NL:RBZWB:2026:8165
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 28 april 2026
- Zaaknummer
- 26-004767
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Ongegrond (EOB)
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het Europees onderzoeksbevel ([nummer] van 30 januari 2026;
het aanvullend Europees onderzoeksbevel ([nummer]) van 11 februari 2026;
de lijst van inbeslaggenomen goederen, waaruit blijkt dat op 2 februari 2026 de
volgende goederen onder klaagster in beslag zijn genomen: een Iphone 17 Pro Silver; een
Ipad Pro; een Ipad mini 4 en een Samsung A25s (hierna: de gegevensdragers);
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 16 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 14 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis, klaagster en mr. R. el Bellaj als raadsman van klaagster, gehoord.
De belanghebbende [belanghebbende] is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klaagster. Gesteld wordt dat klaagster evident eigenaar is van de in beslag genomen gegevensdragers. Deze lagen ook allemaal in haar slaapkamer op het moment dat de woning werd doorzocht. Klaagster ondervindt hinder bij voortduring van het beslag, met name omdat het haar primaire communicatiemiddelen betreft waar ook privacygevoelige informatie op staat. In aanvulling op het klaagschrift is nog aangevoerd dat er naast de in het klaagschrift genoemde gegevensdragers ook een IPhone15 in beslag is genomen en dat ook om teruggave van deze gegevensdrager wordt verzocht. Deze telefoon was van de overleden partner van klaagster en behoort nu toe aan klaagster. Het Europees Onderzoeksbevel (EOB) is uitsluitend gericht op onderzoek naar de broer van klaagster. Klaagster is zelf geen verdachte in dat onderzoek. Voor zover bij klaagster bekend betreft het EOB geen onderzoek dat ziet op haar persoonlijke eigendommen. De inbeslaggenomen gegevensdragers vallen derhalve niet onder de reikwijdte van het EOB en zijn niet noodzakelijk voor het Belgische onderzoek. Op basis hiervan ontbreekt een rechtsgrond voor voortzetting van het beslag en is opheffing met last tot teruggave aan klaagster gerechtvaardigd. De raadsman heeft hierbij verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 5 december 2022 waarin een vergelijkbare situatie speelde. De inhoud van het aanvullend EOB maakt dit niet anders, nu de gegevensdragers van klaagster reeds tijdens de doorzoeking in beslag zijn genomen en het eerder uitgevaardigde EOB enkel zag op de inbeslagname van gegevensdragers die door de broer van klaagster werden gebruikt. Klaagster voelt zich voorts in haar beklag gesterkt door het feit dat uit correspondentie met de advocaat van de moeder van klaagster blijkt dat het Openbaar Ministerie heeft besloten om de gegevensdragers die tijdens de doorzoeking onder de moeder van klaagster in beslag zijn genomen, wel aan haar moeder terug te geven.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven. In het EOB van 30 januari 2026 is verzocht om inbeslagneming van alle voorwerpen die nuttig kunnen zijn voor de waarheidsvinding in het kader van de verdenking jegens
[belanghebbende], waaronder documenten en gegevensdragers. In het aanvullend EOB van 11 februari 2026 is schriftelijk bevestigd dat het verzoek tot inbeslagneming zich ook uitstrekt tot de gegevensdragers die bij klaagster zijn aangetroffen. Tegen verdachte [belanghebbende] bestaat een verdenking van strafbare harddrugsfeiten. Verdachte is de broer van klaagster. Kenmerkend voor de inbeslaggenomen gegevensdragers is dat zij naar hun aard makkelijk te gebruiken zijn door huisgenoten van degene die stelt eigenaar en/of (enige) gebruiker daarvan te zijn. Er was aldus een rechtsgrond om de goederen in beslag te nemen en er zijn geen weigeringsgronden van toepassing.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.