ECLI:NL:RBZWB:2026:8130
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 25-027181 en 25-029401
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
afwijzen gedeelte gederfde inkomsten. Onvoldoende onderbouwd
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 12 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 4.720,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
€ 15.000,00, voor vergoeding van vermogensschade als gevolg van het ondergane voorarrest;
het op 12 juli 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 112,64, wegens inkomstenderving in verband met de strafzitting op 28 mei 2025;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
het vonnis van de meervoudige kamer van 11 juni 2025, waarbij verzoeker is vrijgesproken;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Het verzoek is behandeld op 31 maart 2026. Hierbij zijn de officier van justitie
mr. P. Kuipers en mr. [persoon] als gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen. Verzoeker heeft als gevolg van het voorarrest niet kunnen werken en is daardoor inkomsten misgelopen. Op de overgelegde bankafschriften van het bedrijf van verzoeker ( [bedrijf 1] ) is te zien dat er de maanden voorafgaand aan het voorarrest inkomsten zijn binnenkomen. Dat het financieel slecht ging met verzoeker lag aan zijn verslaving. Zijn inkomen ging daaraan op, waardoor hij in de schulden geraakte. Verzoeker zou voor zeven weken naar
een afkickkliniek gaan en even niet werken, maar had in die periode wel omzet kunnen genereren. Verzoeker had zzp’ers in dienst die het werk konden doen. Verzoeker wenst dan ook graag een vergoeding voor de gederfde omzet.
Ten tijde van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak was verzoeker werkzaam bij het bedrijf [bedrijf 2] . Hoewel het om een oproepovereenkomst ging, werkte verzoeker daar in principe elke dag. De dag van de zitting op 28 mei 2025 moest hij ook gewoon werken, waardoor hij inkomsten is misgelopen. Hij acht het dan ook billijk dat aan hem de verzochte vergoeding voor de gederfde inkomsten van één dag wordt toegekend.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de verzochte vergoeding voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en of voorlopige hechtenis kan worden toegewezen en dat de verzochte vergoedingen wegens inkomstenderving als gevolg van het voorarrest en in verband met de zitting dienen te worden afgewezen, nu deze kosten onvoldoende zijn onderbouwd. De forfaitaire vergoeding voor het opstellen en de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer kan worden toegewezen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.