ECLI:NL:RBZWB:2026:8114
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 16 april 2026
- Zaaknummer
- 25-032276
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Gedeeltelijke toewijzing kosten rechtsbijstand.
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 10 december 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 13.026,75, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 9 april 2025 onder klaagster in beslag is genomen: een Mercedes met [kenteken] (hierna: de Mercedes);
de beslissing van het Openbaar Ministerie tot teruggave van de Mercedes aan een ander dan klaagster van 7 mei 2025;
het verzoek om teruggave van de Mercedes aan klaagster van 13 mei 2025;
het klaagschrift dat op grond van artikel 552a Sv is ingediend op 19 mei 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de beslissing van het Openbaar Ministerie tot teruggave van de Mercedes aan klaagster van 4 juli 2025;
de beslissing van de rechtbank van 23 september 2025 waarbij het klaagschrift met raadkamernummer 25-013445 gegrond is verklaard;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
een e-mailbericht van 31 maart 2026 van klaagster met aanvullende stukken;
de aanvullende schriftelijke reactie van de officier van justitie van 9 april 2026 en
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en verzoekster gehoord.
Verzoekster heeft verzocht om een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen. Daartoe is aangevoerd dat verzoekster professionele rechtsbijstand heeft moeten inschakelen voor de afhandeling van het oorspronkelijk gelegde strafrechtelijke beslag op de Mercedes van verzoekster. De communicatie met politie en Openbaar Ministerie hieromtrent, de aanhoudende VIN-blokkade op de Mercedes, het opstellen en indienen van het klaagschrift, het noodzakelijke verweer tegen het aanvullende klaagschrift van een derde belanghebbende - waardoor verzoekster onnodig opnieuw in een gerechtelijke procedure werd betrokken - en de voorbereiding en bijwoning van de zitting hebben tot deze juridische kosten geleid. Verzoekster heeft verzocht om bij de beoordeling van het verzoek de psychische en emotionele belasting die dit alles bij verzoekster heeft veroorzaakt mee te wegen.
De officier van justitie acht - in afwijking van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie - gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoekster een deel van de verzochte vergoeding voor de kosten rechtsbijstand toe te kennen. Uit de door verzoekster bij e-mailbericht van 31 maart 2026 overgelegde urenstaat begrijpt de officier van justitie dat er kosten voor de inzet van twee advocaten, te weten mr. Fuijkschot en mr. Gripmans, zijn gefactureerd en dat beide advocaten voor dezelfde/vergelijkbare activiteiten uren hebben geschreven. Ook worden er door beide advocaten uren ten behoeve van correspondentie gedeclareerd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de uren van de tweede advocaat, mr. Fuijkschot, niet toegewezen kunnen worden. Er is zijns inziens geen sprake van een complexe procedure waarbij specialistische kennis vereist is. Evenmin is hem de noodzaak voor werk en betrokkenheid van een tweede advocaat gebleken. Het honorarium van de tweede advocaat overschrijdt het “standaarduurtarief” van € 250,00, terwijl er geen inzet van specialistische kennis geïndiceerd is en een hoger uurtarief daarom niet van toepassing is. Wat betreft de officier van justitie komt verzoekster in aanmerking voor vergoeding van de uren in verband met werkzaamheden van mr. Gripmans (€ 427,50 +
€ 360,00 + € 2.722,50 + € 225,00 + € 652,50 + € 528,75 + € 2.081,25 + 6% kantoorkosten + 21% BTW) en kunnen daarnaast de gebruikelijke kosten voor de indiening en behandeling van het verzoek in raadkamer worden vergoed.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.