ECLI:NL:RBZWB:2026:8113
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 25-025923
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
gegrond
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 9 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 6 februari 2026 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag zijn genomen: een blauwe Samsung Fold, een witte IPhone (geregistreerd onder goednummer 2824342) en een geldbedrag van € 4.490,00;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 24 februari 2026 en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. P. Kuipers en mr. G.J. Woodrow als gemachtigd advocaat van klager, (telefonisch) gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager.
Tijdens de raadkamerzitting van 24 februari 2026 heeft de officier van justitie beslist tot teruggave van de in beslag genomen witte IPhone aan klager en zich ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag op het standpunt gesteld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geldbedrag zal uitspreken. Hiertoe is door de officier van justitie aangevoerd dat uit het einddossier de verdenking van het medeplegen van voorbereidingshandelingen bij het vervaardigen van softdrugs volgt waarop de concept tenlastelegging is toegesneden en dat het in beslag genomen geldbedrag onderdeel uitmaakt van die tenlastelegging. De verdediging en de rechtbank beschikten niet over de concept tenlastelegging en de verdediging ook niet over het einddossier. De rechtbank heeft de zaak aangehouden, omdat het uitgangspunt moet zijn dat alle procesdeelnemers over hetzelfde dossier dienen te beschikken, alvorens een beslissing op het klaagschrift kan worden genomen. De rechter heeft naast de opdracht om alle relevante stukken aan de verdediging en de rechtbank te verstrekken, de officier van justitie ook verzocht om de teruggave van de witte IPhone aan klager te bewerkstelligen en na te gaan waar de blauwe Samsung telefoon is gebleven, waarover de officier van justitie al eerder tot teruggave had beslist.
De officier van justitie heeft in raadkamer aangevoerd dat de witte IPhone inmiddels is teruggegeven aan klager en dat nog wordt gezocht naar de blauwe Samsung. Voorts heeft hij gepersisteerd bij het eerder ingenomen standpunt dat het geldbedrag in relatie staat tot het tenlastegelegde feit en dat op basis daarvan het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het geldbedrag zal uitspreken.
De raadsman heeft aangevoerd dat er enkel een verdenking ligt van voorbereidingshandelingen bij de handel in softdrugs. Hij acht het hoogst onwaarschijnlijk dat de verbeurdverklaring van het geldbedrag zal volgen. Het treffen van voorbereidingshandelingen wil enkel zeggen dat iemand voornemens is iets te gaan doen. Volgens de oriëntatiepunten van het LOVS staan op dit feit ook geen geldboetes, zodat het geldbedrag niet in het kader van deze verdenking kan worden gezien. Klager heeft een verifieerbare verklaring afgelegd over het aangetroffen geldbedrag. Om die reden kan het beslag op het geldbedrag niet langer voortduren en wordt verzocht om teruggave van het geldbedrag aan klager. Voorts is voortduring van het beslag in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.