ECLI:NL:RBZWB:2026:8019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- 25-001843
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Ongegrond. Klager niet rechthebbende. Leasemaatschappij rechthebbende.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 6 december 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 2 april 2025 onder [persoon 1] een Volkswagen Polo met [kenteken] in beslag is genomen: (hierna: de VW Polo);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 29 januari 2025;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 7 april 2025;
het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 3 juli 2025;
het e-mailbericht van [persoon 2] namens [bedrijf 1] BV van 10 juni 2025;
het e-mailbericht met bijlagen van mr. R. van Dongen, curator van de failliete vennootschap [bedrijf 2] BV;
de heropeningsbeslissing van 2 september 2025;
het e-mailbericht met bijlage van [bedrijf 1] BV van 11 november 2025 en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 31 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. P. Kuipers gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De belanghebbenden mr. R. van Dongen en [bedrijf 1] BV zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager.
Op 7 april jl. heeft de rechter de behandeling van het klaagschrift in raadkamer aangehouden om te laten onderzoeken of hernieuwde inslag van het serie/chassisnummer mogelijk is. Uit het onderzoeksrapport van het LIV blijkt dat de VW Polo voor herinslag in aanmerking komt en inmiddels ook een ‘WOK’ status van het RDW heeft gekregen.
Bij bericht van 10 juni 2025 heeft [bedrijf 1] BV aan de rechtbank kenbaar gemaakt dat zij als financieringsmaatschappij van de VW Polo de juridische eigenaar van het voertuig is.
Tijdens de raadkamerzitting van 12 augustus 2025 heeft de officier van justitie zich naar aanleiding van de inhoud van het onderzoeksrapport van het LIV en de WOK status op het voertuig op het standpunt gesteld er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag en dat het klaagschrift gegrond kan worden verklaard. Na sluiting van het onderzoek in raadkamer heeft de rechtbank een e-mail met bijlage ontvangen van mr. R. van Dongen, curator van de failliete [bedrijf 2] BV. Uit de bijlage blijkt - kort samengevat - dat de VW Polo ten tijde van de inbeslagname op naam van de gefailleerde vennootschap stond. Dit gaf de rechtbank de aanleiding om het onderzoek in raadkamer te heropenen om nader onderzoek te doen naar de rechthebbende van de VW Polo.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard nu klager niet als redelijkerwijs rechthebbende van de VW Polo kan worden aangemerkt. Het betreft een leasevoertuig dat eigendom is van de financieringsmaatschappij [bedrijf 1] BV.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.