ECLI:NL:RBZWB:2026:7280
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-018648
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
niet-ontvankelijk.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 16 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de aanvulling op het klaagschrift van 24 juli 2025;
de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 26 juni 2025 onder klager in beslag zijn genomen: een personenauto van het merk/type Citroën Berlingo, kleur wit en voorzien van het [kenteken] , een telefoon van het merk/type Samsung S23, kleur zwart en een telefoon van het merk/type Samsung A21s, kleur wit;
het Europees onderzoeksbevel ( [EOB code] ) van 18 juli 2025
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 18 augustus 2025;
de heropeningsbeslissing van de raadkamer van 9 december 2025;
het aangepaste standpunt van het Openbaar Ministerie van 12 januari 2026;
de inventarisatielijst van het LFO van 26 juni 2025;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en de gemachtigd advocaat van klager
mr. J.J.A. van Roessel, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift in raadkamer verschenen.
Op 9 december 2025 is het onderzoek in raadkamer heropend vanwege onduidelijkheid over een deel van de goederen waarvan in het aanvullend klaagschrift de teruggave door klager wordt verlangd. De rechter heeft de officier van justitie verzocht om:
- na te gaan of de pinpas aan klager is teruggegeven en
- om duidelijkheid te verschaffen of de door klager genoemde goederen - een werkjas, een boormachine, een slijptol, een dremol emmer met ringsleutels doppenset, werkhandschoenen, handschoenen, handgereedschap en een kist met onder meer lasspullen- behoren tot de goederen die door het LFO in beslag zouden zijn genomen en
- te informeren of er volgens het Openbaar Ministerie een strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag op een of meer van genoemde goederen en zo ja, welk strafvorderlijk belang.
In een aangepast standpunt van het Openbaar Ministerie van 12 januari 20256 geeft zij aan dat bij navraag is gebleken dat er door de politie geen pinpas in beslag is genomen. Wel zijn een aantal goederen, waaronder gereedschap, in beslag genomen door LFO. Deze goederen zijn opgenomen in een inventarisatielijst, maar worden niet allemaal benoemd. Het in beslag genomen gereedschap is door LFO geïnventariseerd en is met toestemming van de officier van justitie vernietigd.
De raadsvrouw heeft in raadkamer aangevoerd dat klager de pinpas heeft teruggekregen. Deze was kennelijk gelijktijdig met zijn auto al teruggegeven. Verzocht wordt dus enkel nog om teruggave van het gereedschap, de werkjas, de werk- en handschoenen en de telefoons. Klager wordt verdacht van betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen terzake het vervaardigen van amfetamine. Klager wordt hiervoor in Nederland vervolgd. Hij heeft inmiddels een dagvaarding ontvangen en zal zich op 24 februari 2026 voor de meervoudige strafkamer moeten verantwoorden.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.