ECLI:NL:RBZWB:2026:7278
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-029121
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Afwijzen.
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het verzoekschrift ex artikel 29f Sv ontvangen op de griffie op 13 oktober 2025;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de aanvulling op het verzoekschrift van 27 januari 2026 en
de overige stukken in het raadkamerdossier.
De rechtbank heeft op 27 januari 2026 het verzoek in besloten raadkamer behandeld. Hierbij waren aanwezig de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, mr. A. van Voorthuizen namens benadeelde mevr. [persoon] en benadeelden mevr. [benadeelde 1] en mevr. [benadeelde 2] .
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank zal verklaren dat de zaak is geëindigd. Verdachte heeft hiertoe aangevoerd - kort samengevat - dat de handelswijze van het Openbaar Ministerie en het zeer onredelijk tijdsverloop in een zaak waarbij geen sprake is van verdenkingen van zware delicten rechtvaardigen dat de zaak met onmiddellijke ingang voor geëigend zal worden verklaard. De verwachting dat de officier van justitie alsnog tot vervolging overgaat, lijkt in deze zaak niet aan de orde te zijn.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek beëindiging strafzaak dient te worden afgewezen. Verzoeker is inmiddels gedagvaard voor de meervoudige strafkamerzitting op 20 maart 2026 om 14:00 uur. Ten onrechte wordt gesteld dat er sprake is van een zeer onredelijk tijdsverloop. Dat de zaak pas nu op zitting is gepland, wijt de officier van justitie aan verzoeker zelf. Er zijn vele pogingen geweest om een zittingsdatum vast te stellen, maar verzoeker weigerde een naam van een advocaat door te geven om de inhoudelijke behandeling te plannen. Voorts heeft verzoeker geen medewerking willen verlenen aan een persoonlijkheidsonderzoek. Er was gezien de verdenking tegen verzoeker op geen enkel moment redelijkerwijs te verwachten dat het Openbaar Ministerie geen verdere strafvervolging zou instellen of voortzetten.
Standpunt belanghebbenden
De belanghebbenden willen - kort samengevat - dat de vervolging wordt voorgezet.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.