ECLI:NL:RBZWB:2026:7277
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 25-029041
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
Gehele toewijzing.
Uitspraak
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 10 november 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 565,68, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de kennisgeving inbeslagneming van 18 april 2025;
het klaagschrift ingediend op 16 mei 2025;
de beslissing tot teruggave van het in beslag genomen goed van 29 augustus 2025;
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn gehoord de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. W. van Nunen als gemachtigd advocaat van verzoeker.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
Daartoe is aangevoerd dat tegen het voortduren van het beslag op 16 mei 2025 een klaagschrift is ingediend, nadat eerst namens klager op 12 mei 2025 schriftelijk is verzocht om teruggave van de in beslag genomen telefoon en vervolgens op 14 mei 2025 door het Openbaar Ministerie per mail aan de advocaat kenbaar is gemaakt dat zij vooralsnog niet voornemens is om de telefoon terug te geven aan klager (waarbij tevens te kennen is gegeven dat een klaagschrift kan worden ingediend bij de rechtbank). Bij e-mail van 29 augustus 2025 heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat er alsnog beslist is tot teruggave van de telefoon, waarna deze aan klager is geretourneerd. Om die reden is het klaagschrift ingetrokken. Verzoeker heeft kosten gemaakt voor de verleende rechtsbijstand en acht het billijk dat aan hem de verzochte vergoeding wordt toegekend.
De officier van justitie heeft zich in afwijking van het primaire standpunt van het Openbaar Ministerie in raadkamer op het standpunt gesteld dat het verzoek voldoende is onderbouwd en geheel toewijsbaar is.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.