ECLI:NL:RBZWB:2026:7275
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 29 januari 2026
- Zaaknummer
- 25-027231
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
Inhoudsindicatie
gegrond.
Uitspraak
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 24 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 14 september 2025 onder klaagster in het strafvorderlijk onderzoek tegen klaagster in beslag is genomen: een personenauto, merk Audi A3 voorzien van het [kenteken] (hierna: de Audi);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en klaagster, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar is van de in beslag genomen Audi en zich bezwaard voelt bezwaard bij voortduring van het beslag. Klaagster heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat haar handelen op 5 en 14 september 2025 dom is geweest. De situatie rondom de inbeslagname is voortgekomen uit een moeilijke periode door persoonlijke omstandigheden. Inmiddels heeft klaagster sinds anderhalve week haar rijbewijs weer terug. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van de Audi om haar studie Farmacie aan de universiteit in [plaats] te kunnen combineren met haar dagelijkse verantwoordelijkheden voor haar kindje en om haar leven weer stabiel te krijgen. Zij is een alleenstaande moeder en krijgt hulp van haar ouders. Zij hebben ook een deel van de Audi betaald. Klaagster acht voortduring van het beslag disproportioneel mede gelet op de waarde van de auto.
In afwijking van de schriftelijke conclusie van het OM heeft de officier van justitie zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen teruggave van de Audi aan klaagster. Gelet op de recente veroordeling van klaagster en nu klaagster inmiddels weer in het bezit is van haar rijbewijs is het hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Audi zal uitspreken.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.